HEKSENJACHT
door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...
24.
Aan de voordeur werd ik aangenaam verrast door het van boven opklinkende, zwierige geluid van een accordeon. Scriptgirl Lucretia nodigde me uit haar langs de trap te volgen. Weer werd ik afgeleid door de wiegende derrière in haar pantalon, thans op ooghoogte voor mij. Een draaiende wereldbol waardoor de titel van de bekende wals musette me met geen macht ter wereld te binnen wou schieten.
Ik besloot dat boven nog een derde aanwezig moest zijn. Want Roosje kon wel prachtig zingen. Maar voor zover ik wist, speelde zij geen accordeon. Voorbij de overloop plonsde ik middenin een muzikaal bad. Zo sfeervol swingden de Parijse klanken me om de oren, of ik in een vorig leven met de dichter Jaques Prevert in de buurt van de Boulevard Saint-Germain op een bankje zat.
Hoe die wals heette, kreeg ik van de accordeonist te horen toen ze mij ter kennismaking de hand reikte. ‘Jeannette!’
‘De wals?’
‘Toevallig heten we beiden zo,’ lachte deze jongensachtige juffrouw. Volgens mij werkte zij niet op de koekjesfabriek. Daarvoor kwam zij met haar korte haren vast niet in aanmerking, was haar huid te vrij van slagroom, haar lippen zonder één chocoladehageltje.
Nochtans had de scriptgirl niets dan lof voor haar. De artieste. Het armzaligste maar tegelijk rijkste beroep ter wereld. Gelukkig kon zij het volgend halfjaar in een revue aan de slag.
Ik vroeg Jeannette waar je die revue kon zien. Zoals ik mijn best deed om me bij dit interessante dametje zo gunstig mogelijk te introduceren, was het makkelijk zeggen dol te zijn op revues. Gelukkig was Roosje er als de kippen bij om mijn liefde voor muziek te beamen. ‘Behalve bijzondere woonhuizen ontwerpen, doet hij niets liever dan zingen.’
‘Van dansen hou ik ook heel erg. Heb trouwens twee jaar ballroomlessen gevolgd.’
Aan de voordeur werd ik aangenaam verrast door het van boven opklinkende, zwierige geluid van een accordeon. Scriptgirl Lucretia nodigde me uit haar langs de trap te volgen. Weer werd ik afgeleid door de wiegende derrière in haar pantalon, thans op ooghoogte voor mij. Een draaiende wereldbol waardoor de titel van de bekende wals musette me met geen macht ter wereld te binnen wou schieten.
Ik besloot dat boven nog een derde aanwezig moest zijn. Want Roosje kon wel prachtig zingen. Maar voor zover ik wist, speelde zij geen accordeon. Voorbij de overloop plonsde ik middenin een muzikaal bad. Zo sfeervol swingden de Parijse klanken me om de oren, of ik in een vorig leven met de dichter Jaques Prevert in de buurt van de Boulevard Saint-Germain op een bankje zat.
Hoe die wals heette, kreeg ik van de accordeonist te horen toen ze mij ter kennismaking de hand reikte. ‘Jeannette!’
‘De wals?’
‘Toevallig heten we beiden zo,’ lachte deze jongensachtige juffrouw. Volgens mij werkte zij niet op de koekjesfabriek. Daarvoor kwam zij met haar korte haren vast niet in aanmerking, was haar huid te vrij van slagroom, haar lippen zonder één chocoladehageltje.
Nochtans had de scriptgirl niets dan lof voor haar. De artieste. Het armzaligste maar tegelijk rijkste beroep ter wereld. Gelukkig kon zij het volgend halfjaar in een revue aan de slag.
Ik vroeg Jeannette waar je die revue kon zien. Zoals ik mijn best deed om me bij dit interessante dametje zo gunstig mogelijk te introduceren, was het makkelijk zeggen dol te zijn op revues. Gelukkig was Roosje er als de kippen bij om mijn liefde voor muziek te beamen. ‘Behalve bijzondere woonhuizen ontwerpen, doet hij niets liever dan zingen.’
‘Van dansen hou ik ook heel erg. Heb trouwens twee jaar ballroomlessen gevolgd.’
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten