donderdag 11 februari 2021

gastauteur

HEKSENJACHT


door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...





20/2.

Doorheen haar beslijkte tranen keek Roosje me aan, zich ongelovig afvragend of ze het wel goed had gehoord. Verlegen drukte zij haar lijf tegen het mijne; alsof ik niet mocht zien hoe haar gekwetste patat er van binnen uitzag als ze bij het zingen noodgedwongen haar mond zou opentrekken.

   Op dezelfde droefgeestige tonen als Marlene Dietrich in ‘Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt,’ begon ze aan haar verhaal. Wellicht voelde zij zich door mijn luisterend oor gesteund; na een stuntelig begin, ging het in langzaam stijgende lijn naar de perfectie. Hoewel de inhoud zich niet leende tot een duet, kwam ik één keer zingend tussenbeide: ‘Mij werd gezegd dat je ziek was!’

   ‘Gister de trein genomen. Naar Saint-Hubert. In mijn handtas een reservesleutel van Hortensia’s auto. Zie, ik moest en zou alles uit Kamiels mond vernemen. Waarom zijn diefstal? Zijn vlucht? De waarheid. Niks dan de waarheid.’

   Toen Roosje de jagershut betrad, zat hij daar met het verzopen Pitoutje in zijn handen. Daarmee wist ze genoeg. Alles wat volgde, gebeurde op een andere planeet.

   Dit was geen mens. Eerder een buitenaardse boswachter met lelijke, rossige baard. Aan het jongmeisje dat hem op de drempel verraste, verklaarde hij dat ’t een ongeluk was geweest. Het poesje was in de rivier terechtgekomen. Door het water meegesleurd.

   Zij spuwde haar ongeloof over hem uit. Wat met die natte zak aan zijn voeten? Deze vraag werd herhaaldelijk uitgezongen, als refrein dat haar ongeloof telkens opnieuw bevestigde.

   Tegen valavond nog een laatste wandeling door het buitenaardse bos. Daar, tussen die van God en mensheid verlaten zwarte bomen, kwam de Boswachter plotseling met een duizelingwekkende vraag. Hij trok een taai stuk hout uit het stuikgewas.


WORDT VERVOLGD

Geen opmerkingen: