zaterdag 13 februari 2021

gastauteur


HEKSENJACHT

door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...




21.B.
Op het moment dat Sneeuwwit struikelde, bliksemde het mes van de Boswachter hoog aan de hemel, klaar om haar midden het hart te treffen.
    Zo zou het gruwelijke verhaal over dat weerloze zieltje voor altijd de geschiedenis van het sprookje ingaan. Gelukkig is het niet zo afgelopen. Want kijk, zij leefde nog! En daar was ik het lot zo dankbaar voor dat ik helemaal ontroerd raakte. Of anders kwam het doordat ik Sneeuwwit zo fluweel treurig hoorde zingen hoe ‘t afgelopen was.

   Voor één keer wou de Boswachter zijn Boze Koningin ongehoorzaam zijn. ‘Morgen toon ik haar het van bloed afdruipende hart van een zwijn. Bewijs dat er voor altijd komaf met je is gemaakt. Vlug, scheer je weg! Dat ik je hier nooit meer zie!’

   Samen met zijn laatste ademstoot kwam Sneeuwwit in de greep van een heftige rukwind. Haar rok waaide op! Ook de bliksem aan de hemel bleek echt! Want nadat die vreemde, buitenaardse schim langs een pad tussen dicht gebladerte was verdwenen, klonk een loodzware donder. Midden de pikzwarte nacht werd het meisje van boomstam naar boomstam geslingerd. Sommige stijve zijtakken klemden haar in een wurggreep vast. Opgeschrikt door het loeiend krijsen van uilen of wolven holde zij tussen de door bliksems oplichtende spookgezichten van boom naar boom in ‘t wilde weg. Vergeefs op zoek naar het woonvierkant had de wind haar tegen de aarde en ruwe rotswanden gesmakt, haar tot de knieën in een modderige beek doen belanden, haar engelengelaat tijdens dat langdurig gevecht in een patat veranderd. En toch sputterde bij deze Sneeuwwits muzikale nachtmerrie, begeleidt door langzame vioolstreken, harmonisch uit. Want zie, badend in het ochtendgloren vond zij het armzalige woonvierkant tegen de verlatenheid van de berghelling terug.


Wordt Vervolgd


Geen opmerkingen: