dat kattenluik was er nog maar pas, in de keukendeur. pitouche begreep er eerst niets van, maar beetje by beetje begon ze toch het mechaniekje wel te begrypen. luv en kik zaten in de keuken en zagen het gebeuren: de eerste keer toen pitouche vanaf de tuin door dat luik het huis in kwam. we becommentarieerden: "hey wauw, kyk - ze kàn het!..."
er was aan dat moment iets zeer onsterfelyks, iets tydloos en iets weêrgaloos aandoenlyks. waarom dan wel, eigenlyk? zoiets triviaals - met toch, ter plekke, zo'n impact dat we, heel eventjes, uit tyd en ruimte schenen te ontsnappen, betoverd door ons eigen vrolyke stemgeluid.
inmiddels begryp ik dat die gewaarwording allicht terugvoerde naar een eigen oerbelevenis; het kind dat jyzelf was, een mooie 49 jaar geleden; de peuter die je toen was, die nog niet eens kon praten, nog in àlles afhankelyk en kwetsbaar en klein; maar die op een ogenblik, bvb by het leren lopen, iets wonderlyks presteerde - en die zich door zyn mammie en zyn pappie in blydschap becommentarieerd hoorde worden; in het gesproken woord onderwerp te zyn van vervulling; daarover zal dat gegaan hebben...
fanaatschap is vooral iets voor pubers; rond je twaalfde of rond je dertiende pas, word echt "fan" van iemand, een zanger of een zangeres. maar ik herinner me wel één keer waarachtig en zuiver gefrappeerd te zyn door iemands charisma, toen ik een jaar of acht of negen was; uitzonderlyk genoeg was ik toen op een soort van scoutskamp; daar was een grote, olyke, langharige soort van scoutsleider, een slungel van drie meters hoog en met een grote neus en slome beenstappen; er zat een kind in zyn nek, er hingen kinderen aan zyn armen, aan zyn enkels; zyn brede broekspypen, zyn enorm toffe grynslach; en zo liepen ze door het dennenbos. dié verschyning was een idool, een écht idool, niet iets gemediatiseerds. dié bewondering was echt ENORM zuiver.



























Geen opmerkingen:
Een reactie posten