maandag 13 september 2021

leestekens


hoofdstuk II: de comma
deeltje 4: temporisering na het voegwoord.










laten wy, beste lezers, de tyd eens nemen voor een nadere beschouwing van deze volgende, onderstaande voorbeeldzin;

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes en deed zyn handschoenen uit."

grammaticaal is dit helemaal juist. maar gevoelsmatig is daar iets onevenwichtigs aan. er wil een opeenvolging van drie aan elkaâr gelykwaardige handelingen worden aangeduid; maar de eerste handeling krygt veel meer momentum dan elk van de twee volgende handelingen apart, namelyk dankzy die pauzerende komma na "juist". die komma wordt verderop niet meer hernomen, zy wordt wel verondersteld te resoneren in het voegwoord "en", maar zo'n voegwoord leest veel sneller dan een komma, want zelfs leest een voegwoord sneller dan een gewoon woord. een voegwoord werkt dus juist tegengesteld aan een komma; de komma wil stilstand, het voegwoord wil keihard doorjagen. daarom moet er ook, muzikaal daartoe aangedreven, zo'n komma worden geplaatst na de twééde handeling:

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes, en deed zyn handschoenen uit."

een komma voorafgaand aan een voegwoord; het kan. je kan niet zeggen: "geel, en blauw." maar je kan wel zeggen: "ik wil naar huis, en wel vandaag."
    het nieuwe probleem is nu echter weêr, dat de frase "lachte dan toch eventjes", tussen die twee erg wiskundige komma's in, te weinig kans krygt om voor zichzelf te resoneren. zuiver vormelyk lykt die middelste frase te zyn gedegradeerd tot een soort verklarend tussenwerpsel, net zo anti-dynamisch - jullie weten nog wel, goede lezers, zoals in déze zin (zie: het begin van dit hoofdstukje over de komma, zes dagen geleden alweêr):

"arlette, myn dochter, is 37."

die twee komma's zyn als een gevangenis, waarbinnen die beschreven middelste handeling geen ademruimte kent. dus die moet daaruit losbreken - wat zou kunnen, middels de gedachtenstreep. kyk maar:

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes - en deed zyn handschoenen uit."

de gedachtenstreep staat één trapje hoger dan de komma, dus dit gaat echt perfect. er is geen sprake meer van een ineengedrukte "middelste" handeling; die "middelste" handeling is tot een eind-handeling geworden, in een volmaakt evenwicht met de eerste handeling. één en twee, verbonden met een komma, verhouden zich nu tezamen tegenover drie, van wie zy zich hebben losgeweekt dankzy die gedachtenstreep.
    wat hier nu dan weêr nieuw is, is dit hier: het feit dat die gedachtenstreep, per definitie, wil vooruit wyzen naar iets hélemaal nieuws. dat streepje schept een erg grote spanning - omdat men weet, dat na zo'n streepje, hoe klein het ook oogt, àlles kan gebeuren. doch evenwel, ziehier: aan die zeer hoge verwachting wordt in dat derde zinsgedeelte hoegenaamd niet tegemoet gekomen. lees immers nog maar eens opnieuw - en voel, na dat streepje, alleen maar teleurstelling:

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes - en deed zyn handschoenen uit."

om te beginnen moeten er daarom drie puntjes komen, daar helemaal op het einde van die zin. met gewoon maar drie puntjes geraakt zo'n verwachting evenmin helemaal ingelost, maar wordt er toch alvast gesuggereerd, en volgehouden, dat die inlossing nog gaat komen; het vooruitverwyzende karakter van het gedachtenstreepje wordt, door op het einde deze drie puntjes, overgeheveld naar de zin die nog zal volgen (ooit, in een volgend leven);

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes - en deed zyn handschoenen uit..."

wat er nu dan weêr gebeurt, is dat we beginnen te begrypen, willen of niet, dat die derde frase bovendien, welbeschouwd, een zekere vertraging behoeft, een meer uitgerokken breedte, om in zyn eentje die twee voorgaande zinsdelen, die tezamenspannen, te kunnen compenseren. een gewone komma kan daar, in die derde frase, nergens; maar wel een tussenwerpsel; en dat kan oftewel na "deed", oftewel na "handschoenen". 
    echter: als je iets gaat verzinnen om op die "handschoenen" te laten volgen, dan ga je wel een nachtje moeten doorwerken; namelyk om vanalles te verzinnen voor de positie van "uit", daar op het einde. kyk maar:

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes - en deed zyn handschoenen, die een cadeau van zyn moeder waren, uit..."

dat begryp je wel: dat die "uit" daar in zyn eentje, op het uiteinde, totaal grotesk is.
    laten we daarom dan maar, gemakshalve, die extra temporisering, die we nodig hadden, doen plaatsgrypen na het werkwoord, d.w.z. na "deed":

"hy ging kreunend zitten, lachte dan toch eventjes - en deed, zoals we wel hadden verwacht, zyn handschoenen uit..."

dit heeft, zie je vanzelf, te weinig vorm, het is byna leptosoom. dynamiek kan je misschien terugwinnen door in het voorste gedeelte iets weg te knippen, voor wat meer snelheid - én voor het bykomende voordeel, inderdaad, dat, naar verhoudingen, de breedte en dus het gewicht van dat einddeel zullen toenemen.

"hy ging kreunend zitten, lachte eventjes - en deed, zoals we wel hadden verwacht, zyn handschoenen uit..."

niet slecht, maar nu hebben we daar eigenlyk net iets te véél weggedaan. waardoor dat lachen geen karakter meer heeft. dus toch maar weêr een kléin beetje opschroeven; naar iets méérs - maar altyd nog minder dan in het begin;

"hy ging kreunend zitten, lachte heel eventjes - en deed, zoals we wel hadden verwacht, zyn handschoenen uit..."

je ziet het: dat "eventjes" is veranderd naar "heel eventjes". zo duurt dat lachen zelf ietsje langer voort - want: het bezig zyn met lezen over die lach, duurt iétsje langer voort. en bovendien krygen we, in het voorbygaan, toevallig ook dat onverwachte mini-spektakel cadeau van die é-klanken; "heel", "eventjes" en "deed"; die kunnen niet anders dan terloops met mekaâr beginnen te seksen.
    door die toevoeging van "heel" in het midden, heeft inmiddels dat laatste zinsgedeelte, by nader inzien, opnieuw te weinig gewicht naar verhouding. opnieuw moet daar dus, het is niet anders, een extra remming, een extra zandzakje worden besteld. wat te denken van, byvoorbeeld, de woorden "dit" en "ook"? ja, die zyn droog en styf, en plechtig en zelfbewust:

"hy ging kreunend zitten, lachte heel eventjes - en deed, zoals we dit ook wel hadden verwacht, zyn handschoenen uit..."

vooral die, zo laat op het einde van de zin, toch nog rustig en koppig vooruitwyzende "dit", is erg eigenzinnig...
    niets is perfect; maar in dit stadium aangekomen, moet de schryver weêr voort naar het volgende gevaar. je mag er geen moeras van maken, dat is levensgevaarlyk, je moét verder, je moét kunnen loslaten ook.
    
pas vyf dagen later kyk je er nog eens naar, en knik je toch echt wel goedkeurend:

"hy ging kreunend zitten, lachte heel eventjes - en deed, zoals we dit ook wel hadden verwacht, zyn handschoenen uit..."



5 opmerkingen:

Jean-Lou zei

Tiende lijn, "juist" moet zijn: "zitten", niet?
Voor de rest vind ik dit kantwerk prachtig!

Jan-Paul van Spaendonck zei

De voorlaatste alinea brengt een vreemd, geheel eigen probleem aan het licht. In het eerste zinsgedeelte is sprake van inversie: 'kijk je'. Na de komma zet de inversie zich voort, zonder herhaling van het persoonlijk voornaamwoord. Dat is grammaticaal juist. En toch oogt en klinkt dat 'knik' heel merkwaardig. Ik zou willen stellen, zonder er een grammatica op nageslagen te hebben, dat in zo'n geval de 't' van de tweede persoon behouden blijft: 'en knikt toch heel goedkeurend.' Met andere woorden: om die eigenaardige indruk te vermijden, vervalt, bij weglating van het tweede 'je', de inversie. Voluit geschreven wordt de zin: '...kijk je er nog eens naar, en je knikt toch...'

Jean-Lou zei

Als je het luidop leest, hoor je de t van "toch", en is er auditief niks aan de hand. Als ik het echter lees, verwacht ik opnieuw "je" achter "knik".

Jan-Paul van Spaendonck zei

Precies! Daarom zeg ik: bij een samentrekking (het p.v. 'je' valt weg in de gesuggereerde inversie) komt de 't' terug, die om redenen van welluidendheid (?) was verdwenen uit de omdraaiing.

Vitalski zei

het was een typfout, waarvoor myn diepe verontschuldigingen; ik was gewoon vergeten "je" daar by te zetten; er stond dus:
"pas vyf dagen later kyk je er nog eens naar, en knik toch echt wel goedkeurend"
maar het had moeten zyn:
"pas vyf dagen later kyk je er nog eens naar, en knik je toch echt wel goedkeurend"
onvergeeflyk, in deze pretentieus taalkundige context van me.......