maandag 12 september 2022

GAST-AUTEUR


robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.


photo: Leonard in 1969


LEONARD EN IK


door Robertus Baeken

 


9.
Anderzijds dient het gezegd dat enkel in de context met deze onverschillige, nog te overtuigen wereld aan bestaande kunstuitingen een onbeperkte tijd kan geboden worden, nodig voor een diepgaander kunsthistorisch vergelijk, waardoor deze alsnog bij een groter publiek ingang zouden kunnen vinden. Dit wil zeggen dat mensen na verloop van tijd of door maatschappelijke evolutie mogelijk vanzelf tot een dieper inzicht of erkenning kunnen komen; zodat zelfs lang na het overlijden van een kunstenaar hem, via de vrije markt, waar enkel de wet van de vraag en het voortaan beperkte aanbod geldt, uiteindelijk nog recht gedaan wordt, door aan zijn oeuvre de welverdiende aandacht te schenken.

   Want een waarachtige kunstenaar heeft niets op met de oppervlakkige wens van de dilettant die vooral uit is op gewin of egostrelend succes. Hij verzaakt niet aan zijn roeping en weet zich dankzij het rotsvaste geloof in zichzelf toch weer van elke mokerslag te herstellen en te handhaven, zelfs al schijnen alle uiterlijke tekenen of omstandigheden zich tegen hem te keren. Dit was zeker bij Leonard zo het geval. Tijdens zijn leven had hij in hoge mate af te rekenen met de actualiteit. Meer dan ooit was de kunst in beroering door allerlei snel afwisselende, modieuze tendensen waaraan hij weigerde zich aan te sluiten.

   ‘Strijd is niet noodzakelijk, maar om je roeping vol te houden, hoor je toch wel een vechter te zijn,’ troostte hij me later eens, na een soortgelijk ‘nee’ als een uitgever mijn manuscript zonder een woordje uitleg had afgewezen. ‘Want zie, het heeft geen belang wat je wordt dankzij het lot, het toeval, of de gunstige omstandigheden. Voor jezelf is het enkel van tel wie je bent en wat je daarmee doet, juist ondanks de omstandigheden; dus in weerwil van de zogenaamde tijdsgeest, het gebrek aan invloedrijke relaties, of zelfs de tegenwerking van het lot.’

   Zo stapte Leonard vanaf 1949 opnieuw in het bouwbedrijf. Hiervoor ging hij een zelfstandig partnerschap aan met zijn oudere broer Peer, die de leiding op zich nam. Het beeldhouwen gebeurde voortaan enkel nog in zijn vrije uren; maar het gebeurde. De ware kunstenaar kwam weer overeind gekropen.

   Uit die jaren zijn onder meer enkele indringende, uit arduin gehouwen por­tretten van zijn ouders bekend. Zij hebben tot de laatste dag in zijn atelier ge­staan.


WORDT VERVOLGD...