LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
13.
Mijn nonkel kon meeslepend vertellen. Zo vond ik zijn verblijf in Afrika al bij al ongelooflijk opwindend. Telkens opnieuw verraste hij me met een of ander bijzonder gebeuren dat hij zich zomaar liet ontvallen, alsof het om een vanzelfsprekend detail ging. Zoals die keer toen hij midden in de nacht werd gewekt door het lugubere geluid van kettingen. Toen hij 's anderendaags bij de dorpelingen hierover navraag deed, bleek het afkomstig van aan elkaar geketende gevangenen, die het nodige water voor de bouwwerken elke nacht in emmers naar boven op de berg moesten sleuren.
‘Was het ginds niet erg heet, Nonkel? Je zat toch in de buurt van de evenaar?’
‘Door dat hooggebergte viel het klimaat best mee. In Timboektoe, - jongen, daar is het pas een bakoven!’
‘Timboektoe, zeg je?’
‘Ik heb er ooit met een Brit gesproken. Hij werkte op het plaatselijke vliegveld, middenin de Sahara. Om de drie maanden moest die kerel voor zijn gezondheid enkele weken naar Engeland; anders was het leven daar niet te harden!’
Telkens als ik dan na een poosje voorzichtig opperde dat hij in Afrika toch wel een en ander meegemaakt had, zei Leonard dat dit halfuurtje vertellen ook de samenvatting was van een heel jaar.
‘Voor mij betekende Afrika eindeloze verveling,’ besloot hij. ‘Dat begreep ik de eerste dag al, bij mijn aankomst. Om die reden heb ik mijn verblijf tot één jaar ingekort.’
‘En de Afrikanen?’
‘Een vrolijk volkje! Maar al was ik enkel hun opzichter, tussen ons gaapte een onoverbrugbare kloof. Althans, ik kon geen contact met hen krijgen. Zij hielden zich uitsluitend met hun noodwendige behoeften bezig: eten en drinken. Daarnaast waren zij ongelooflijk primitief. Toen ik op een keer de bouwwerf moest verlaten, had ik een van hen willekeurig uitgepikt om tijdens mijn afwezigheid toezicht te houden. Niet te geloven! De kerel sneed meteen een dikke stok uit het struikgewas! Eerst meende ik dat het wapen diende om de anderen zijn tijdelijke leiderspositie aan het verstand te brengen. Maar nee! Zo gauw hij klaar was, begon hij zijn eigen makkers er zonder enige aanleiding mee af te troeven!’
Op zijn terugreis per vliegtuig zou Leonard behalve Timboektoe ook nog Caïro en Athene aandoen. Terwijl hij me enkele foto's toonde waarop hij als een lange, broodmagere koloniaal naast de reusachtige Egyptische bouwwerken poseerde, bracht alleen al het horen van die fabelachtige namen me in vervoering.
‘Het toestel was klein en erg gammel,’ ging hij door. ‘Duizend angsten heb ik doorstaan! Jezus, en later vlogen we door een onweer! Wij vielen van de ene luchtzak in de andere!’
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten