maandag 5 september 2022

GAST-AUTEUR


robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer (zie: photo). over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.

photo links: Van l. naar r.: De 20-jarige Leonard, mijn vader Jules en Peer Baeken



LEONARD EN IK

door Robertus Baeken


6.
Mijn grootste aandacht ging steeds naar de bijzondere sfeer waarin ik bij het betreden van de woonkamer werd gedompeld. Het kwam me voor of ik prompt middenin de archaïsche wereld van mijn voorgeschiedenis terechtkwam. Terwijl mijn nonkel in een verstelbare strandstoel zat en dabbend in zijn krulharen afwezig voor zich uit staarde, - waarschijnlijk doordat hij nog wat van zijn vorig avondje uit zat te bekomen, - gleed mijn blik gebiologeerd langs de antieke meubels naar de hete dampen, die langs de kier van een deur ontsnapten. Eens was ik daarbinnen geweest: een badkamer zonder vensters. In het vreemde duister gaven afglijdende druppels water een gladde, dooraderde kleur aan het mozaïek van restanten blauwe hardsteen in de vloer en tegen de muren. Nog zie ik die deur opendraaien en hoe de jongste dochter des huizes de woonkamer betrad: met natte haren over haar naakte schouders en donzige handdoeken gewikkeld om haar schoonheid in volle bloei. In mijn herinnering blijft die douche achter de deur eeuwig klateren. En eeuwigdurend ook is de gerijpte schoonheid van het meisje bij het verlaten van de dampende kamer. Ik zag in haar geen tante, geen bekend gezicht; wel zoiets als een oerbeeld: iets nachtelijks, een heidense voorstelling van vrouwelijke schoonheid, zo oud als de wereld zelf.

   Zonder het te beseffen had ik aan de bron van Leonards kunst gestaan: de verstilde afbeelding van een jonge vrouw met het nobele gezicht van een mysterie op het moment dat zij het doek om haar gevulde boezem in een voorwereldse, niet-christelijke onschuld laat afglijden. Het is een bevreemdende combinatie: door de koele soberheid loopt dit beeld ver op alle modernisme vooruit, terwijl de voorstelling, wellicht juist door zijn ontwapenende eenvoud, tegelijk raakt aan de klassieke wereld van de oudheid.

   Volgens de verhalen was Moe Wis (1891-1955) een sterke vrouw uit het archaïsche, proletarische volk, dat zijn wortels nog had in de negentiende eeuw. Toen wij daar kwamen voor een luttele bijdrage aan ons wekelijkse zakgeld, liep zij al krom. De tweede wereldoorlog was net voorbij. Later werd me verteld dat deze moeilijke jaren en het verlies van haar oudste zoon Jules (mijn vader) in augustus 1947, haar ongetwijfeld voortijdig naar het graf hebben geleid. Desondanks kwam het me voor dat zij nog steeds de spil was waar de ganse familie om draaide.


(WORDT VERVOLGD...)



Geen opmerkingen: