donderdag 8 september 2022

GAST-AUTEUR

robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.

photo: het gezin van Leonard Baeken, 1927. De kleine Leonard op vaders schoot.



 

LEONARD EN IK

door Robertus Baeken



8.
Later kreeg ik van mijn tante Gusta (Leonards jongste zus) een ander verhaal te horen. Zo zou hem, zowat tegen de verwachtingen van alle leerlingen in, de prestigieuze Valeriusprijs ontglipt zijn; dit ten voordele van een minderbegaafde medestudente die hij, op haar verzoek, nog zou hebben geholpen bij de opzet van het werkstuk voor haar eigen inzending. Deze onrechtvaardigheid had haar broer zo diep teleurgesteld dat hij hamer en beitel onbezonnen in de hoek smeet en zich dagenlang in zijn kamer opsloot.

   ‘Een tijd later’, ging mijn tante verder, ‘hield er aan onze voordeur een limousine stil met een geüniformeerde privé-chauffeur achter het stuur. Op de achterbank zat de heer Julien Creytens, directeur van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Hij was speciaal gekomen om ‘Leonardo’ (zoals hij op het instituut door iedereen werd genoemd) te overreden zijn studies voort te zetten. Het mocht niet baten.’

   Zo gaat het er in de wereld vaak aan toe: terwijl de gelauwerde jongedame in de schijnwerpers op het voorplan trad, verhuisde ‘Leonardo’ naar het anonieme achterplan van het leven zelf: een maatschappelijke degradatie die feitelijk ook slechts louter maatschappelijk is, en om die reden in artistiek of enig ander opzicht geenszins als een verlies zou mogen opgevat worden. Maar leg dat eens uit aan een ambitieuze jongeman!

   Wat de heer Creytens hem ook mocht hebben ingefluisterd, belangrijker dan elke beoordeling werd voor Leonard juist dat anonieme achterplan; zo zou pas later duidelijk blijken. Ik heb het hier over de essentie of het natuurlijke gegeven van de vlietende werkelijkheid, over de immense vruchtbaarheid en naamloze veelheid van het zich voordoende feitenmateriaal, over het sociale midden ook dat de kunstenaar wel eens voor zijn inspiratie zou kunnen nodig hebben.

   Juist doordat dit leven, deze werkelijkheid van vormen, zo vluchtig en chaotisch is, doet zich bij sommige enkelingen een zekere behoefte gevoelen aan een onveranderlijke wereld die ligt in de abstrahering, zoals de algemene betekenis van kunst door het vastleggen en ordenen van persoonlijke kennis zou kunnen opgevat worden. Maar zoals overal ter wereld wordt er door de mensen in hun voortdurende strijd of zorg om brood op de plank te krijgen, weinig of geen aandacht besteed aan andermans kunstzinnige uitingen, dromen of hogere aspiraties. Duizenden kunstenaars of bevlogen zielen worden zo dagelijks als vliegen doodgemept. Ik heb het hier over de volgehouden kracht die nodig is bij de ongelijke strijd van het ‘ja’ van de enkeling versus het ‘nee’ van de wereld, de strijd van het geloof of de innerlijke zekerheid versus de algemene scepsis, of de strijd van het kleine gelijk versus het grote ongelijk.


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: