prent: levensgroot liggend beeld in hout
58.
Van de teraardebestelling van mijn grootvader herinner ik me niets meer, alleen dat het weerzien van alle familieleden ons in zodanige roes bracht dat deze ongewild in een slemperij eindigde. Gelukkig was de waard zo verstandig om tegen de avond een rij taxi's te laten aanrukken. Buitenstaanders zouden het beslist ongepast hebben gevonden. Maar wij, de familieleden, begrepen het langs de weg van ons bloed.
Enkele weken later kwam de familie opnieuw bijeen, dit keer voor de erfenis. Hoe deze kwestie precies in de haak zat, is me nog steeds onduidelijk. Behalve een grabbel dikke sigaren uit de kist van de notaris ontvingen we allen nul komma nul frank; uitgezonderd Leonard die, waarschijnlijk in verband met een al jarenlange afbetaling van een hypotheek op het ouderlijke huis, door de notaris een tijdje apart genomen werd.
Weelde heeft de erfenis Leonard alvast niet gebracht. Hoewel hij al wat comfortabeler woonde, lukte de verkoop van zijn beelden niet zo best. Toen de kleuren-tv’s op de markt kwamen, kreeg hij van vrienden een afgedankt toestel met zwart-wit scherm. Leonard keek dolgraag tv. Enkele keren heb ik hem bezocht terwijl hij voor zijn toestel zat. Zijn voorkeur ging uit naar komische programma's van Britse makelij. Jammer genoeg vertoonde zijn toestel al gauw sporen van sleet: het beeld gleed langzaam weg, van boven naar onder, of andersom.
‘Daar wen je wel aan,’ lachte hij, toen ik vroeg of hij daar geen schele hoofdpijn van kreeg. Er zijn redenen om aan te nemen dat een mens inderdaad aan alles went. Want toen ik twee of drie jaar later met hem nog eens voor zijn tv zat, rolde het beeld sneller dan ooit. Terwijl Leonard er schijnbaar weinig moeite mee had, was het voor mij om gek van te worden!
Nog een laatste woordje over Miller, over zijn bestseller van wereldformaat Sexus die rond 1969 in Nederlandse vertaling verscheen en zijn tanende invloed op Leonard en mij.
Ik zei reeds dat 'De kolossus van Maroussi' een andere Miller liet zien dan zijn Parijse tijd vóór de tweede wereldoorlog. Plotseling hoorden wij de stem van een wijze. Die wijze was natuurlijk ook al van tevoren in de kiem aanwezig. Dit uitte zich minder expliciet langs zijn humor, zijn onverwoestbaar optimisme, zijn tegendraadsheid. Eerst zien wij een poète maudit, een verloren ziel. Maar eenmaal het juiste levensinzicht gevonden wordt, is deze houding, hoe kleurrijk en boeiend ook, niet langer vol te houden zonder in een pose te vervallen.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten