zaterdag 12 november 2022

GAST-AUTEUR


robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.

prent: Leonard aan het werk in witmarmer

Taille direct

60.

Het is moeilijk na te gaan wat de impact is van een kunstenaar op zijn tijd. Kleurt het maatschappijbeeld de kunstenaar? Of werkt het, zoals ik graag aanneem, precies andersom? Ik zou me de historische levenssfeer tijdens de laatste decennia van de achttiende eeuw niet zo treffend kunnen voorstellen als ik nooit de pianoconcerten van Mozart had beluisterd; en toch is dit slechts het werk van een enkeling. Zo geloof ik dat Millers geschriften uit de jaren dertig, ook al leverden zij hem in plaats van succes tientallen jaren alleen maar smadelijke processen op, precies op tijd kwamen. De weerstand van de maatschappij tegen zijn boeken moest nog afgebroken worden, de hypocrisie rondom het obscene aspect ervan blootgelegd. In zijn proza schreef Miller de uit drie letters bestaande, oude Angelsaksische woorden ook met drie letters, en daar had hij gelijk in, zelfs al druiste dit tegen het grote gelijk en het belang van de ganse wereld in. Tegelijk schiep hij zo een andere mythe: deze van de man die zichzelf volkomen heeft aanvaard. En dat is heel bijzonder, omdat men er vanuit de meeste tradities of culturen eerder toe wordt aangespoord om een ideaal na te streven dat ver buiten onszelf en onze menselijke vermogens ligt.

   In verband hiermee wil ik het bezoek van een jongedame aan Leonards atelier niet aan de lezers onthouden. Het verhaal komt helemaal van hem. Deze vrouw, een Getuige van Jehova, was gekomen om hem de blijde boodschap van de bijbel te verkondigen. Ik weet niet hoever zij met haar preek geraakt was en of zij al op een stoel had plaatsgenomen of niet. Eender hoe het gebeurde, Leonard liet haar de hoopvolle woorden niet langer uitspreken. Ineens stond hij op uit zijn fauteuil.

   ‘Dit is mijn bijbel!’ lachte hij, terwijl zijn hand direct naar haar weelderige borsten graaide. Hierbij stel ik me voor hoe deze rondingen in één liefderijk moment werden omvat, - als een soort van antiboodschap - maar dat de jongedame, zoals Leonard ook had verwacht, hier geen jota van begreep en er, juist door de schuld van de bijbel, nooit iets van zou begrijpen.

   In shock, alsof haar onverwachts iets smerigs was overkomen, sprong zij overeind, trok haar overjasje in een krampachtig gebaar bij de revers dicht en stamelde verontwaardigd zoiets als: ‘Meneer... Ik ben geen!... Hoe durf je!’ Daarop trok zij de klemmende voordeur open tot een kier en wurmde zich in paniek naar buiten.

   Zoals verwacht, heeft Leonard uit haar belerende mond nooit meer één woord uit de bijbel mogen vernemen.

   Leonard was er helemaal niet op uit om van dit grote kind te profiteren. Hoewel hij beslist een man was met kloten aan zijn lijf, was hij door en door fatsoenlijk. Nooit heb ik één onbetamelijk woord of iets uit die hoek van hem te horen gekregen. Zijn reactie was zuiver Milleriaans, in die zin dat hij door een symbolisch gebaar het onbekende wicht te verstaan wilde geven dat de waarheid niet in heilige, historische of eerbiedwaardige woorden, maar in het leven zelf moet worden gevonden. Stommiteiten kunnen evengoed duizenden jaren oud zijn!


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: