jonathan druyts, een personage dat werd verzonnen door victor glorieux, een nonkel van vitalski, arriveert in een schapenhok in syrië. daar staat 'ie nu opeens tegenover de bevallige patricia - die wy allen dood hadden gewaand...
zy kwam naar hem toe, in haar twee handen een grote, stenen karaf dragende - waarin niets anders kunnende zitten dan, dacht hy, water, of anders melk, evengoed; alleszins drinken! drinken!
"slik niet teveel ineens naar binnen," zo sprak zy minzaam. "bevochtig liever eerst je gedroogde aangezicht, en geraak gewend aan de droppels. teveel ineens, zou je fataal worden."
"ik weet 't," stamelde jonathan kort.
"soms," zei patricia, "soms moet een mens worden beschermd tegen wat hy het àllermeest verlangt..."
"ja," sprak hy weêr.
dan zag 'ie opnief hoe een zekere beweging zich voltrok, opnief aan die trap links: daar kwam overnieuw iemand naar beneden - alweêr op blote voeten, al oogden deze ietsje forser, ietsje bréder dan die van patricia; het was, begrepen wy algauw, de zus van patricia - by jahwe!! was die dan ook niet dood, die zus?
dit scheen onze held nog meer ongerymd toe, aangezien en/of vermits hy het met z'n eigenste ogen beleefd had, nog in ankara, hoe zy werd neêrgeschoten, naar men zich nog herinnere: door de gehetene "lemarc", die rechercheur met die zonnebril.
"er is voor alles 'n verklaring," zei patricia. "kom echter eerst eventjes op adem, jy."
ja, dacht jonathan flauw, op de limiet van zyn krachten. de vraag hoé, -(dat wilde zeggen: op welke manier)-, de vraag hoé dit alles écht kon zyn, scheen op dit eigenste moment in feite veel minder belangryk dan het zuivere inzicht, lezers, dàt het, hoe dan ook, echt was. en geen enkele verklaring vermocht op zo'n manier in mekaâr te zitten dat hy dit resultaat nu zou betreuren. integendeel - "want," dacht hy, "dit voelt als thuiskomen."
"ga jy maar even slapen," aldus de zus van patricia. "wy houden wel de wacht."
een mens zat als zodanig in mekaâr, dacht hy nog voort, zy het met weinig overtuiging, maar juist byzonder slap, rillend van het koude zweet. wanneer wy iets gruwelyks ervoeren, dan vonden wy het van groot belang om daar een verklaring voor te vinden; alsof een verklàring voor het leed, het leed zelf zou verzachten (doorgaans niet eens het geval); gebeurde er daarentegen iets tofs, dan hadden we geen tyd voor scepsis; dan wouden wy, dacht jonathan, de werkelykheid alleen maar omhelzen in vreugde. dwz als we gelukkig waren, dan speelde het "hoe" of het "waarom" gewoon geen rol.
en dan, toch, zakten-'ie in mekaâr met zyn aangezicht tegen de vloer.
"hahaha," lachten, naar 'ie het nog vernam, patricia en de zus van patricia. waarna alles zwart werd rond hem.
wordt vervolgd


























1 opmerking:
Geweldig!
Een reactie posten