ANTWERPSE FLUITJES
In het kiezelzog van de me-too-beweging, is het voor onze Antwerpse bouwvakkers officieel verboden geworden om voorbywandelend schoon nog al te olyk na te fluiten. Daarom is het misschien tyd om eventjes stil te staan by dat "fluiten" en het Antwerpse cultuurleven meer in het algemeen. De kroon wordt gespannen door de uitdrukking "fluitjesbier", zynde bier dat eêrtyds opzettelyk met water wordt verdund, om te ontsnappen aan de controles van de lokale gardevilles. De legende wil dat een zekere Nederlandse kroegbaas genaamd Willem, in café het Leeuwke, niet ver van de Vrydagmarkt, jarenlang Nederlands fluitjesbier tapte een Belgische pilsglazen. Daar bezyden gedenken we de weêrzinwekkende Antwerpse uitdrukking "fluitjesmelk", dat duidt op halfvolle melk, maar ook op onvruchtbaar mensenzaad. Zoals Freddy Michiels noteert in zyn Antwerpse woordenboek:"Hoelaank zit de Jef na al te oefene op Greta, ik geloëf dat hem schiet mee fleutjesmelk." Ten slotte noteren we daar ook nog "fluitjeszetter", wat duidt op een straathond (een "straton"), die eender welke teef bespringt. Uiteraard ook weêr van toepassing op het menselyke ras: rokkenjagers die geen onderscheid maken, heten in het koekenstad eveneens "fluitjeszetters". Over wie dan wordt gezegd:"Doe nen 'ond ne rok oan, en 't is al goe veur hem." Dikwyls zyn dat soort jongens regelrechte "flierefloiwters". Al betekent het woord "flierefluiter" in Antwerpse context ook vaak "homofiel"- zie byvoorbeeld het naslagwerk "De flierefluiter" van Hugo Kegels, over de 20e eeuwse homoscène in Antwerpen. - (Vreemd: soms duurt het vele uren om myn verhaaltje voor De Streekkrant voor mekaâr te krygen - maar vandaag was het een fluitje van een cent...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten