zondag 21 maart 2021

state of being, 22 maart 2021

de belaging

je dacht: "ik zal de dag beginnen met werk dat ik graâg doe, om pas in de namiddag te beginnen aan die meer vervelende huistaken."
    zodoende zit je rond negen uur smorgens in de zetel naast rocco james conan, met de gordynen halfopen voor het prachtige morgenlicht, en met de brandenburgse concerten zeer zachtjes op de achtergrond. een kraakverse koffi vlakby, en je blog op schoot. de eerste drie kwartiers van de dag determineren de sfeer van de rest van de dag die gaat komen, dus moet je érg goed uitkyken smorgens.
    maar mollie komt opeens al beneden, dé godin van het ochtendhumeur. de gordynen moeten dicht. de muziek moet af. luv komt tegelykertyd vragen of ik naar de bakker wil want er is geen brood en de kinderen moeten subiet naar de scouts! "oké dan." "nee, laat al maar, het moét niet. laat al maar." "nee, nee, oké." waar lagen myn schoenen? waar lag myn portefeuille? de bakker is vlakby dus geen probleem. de dag blyft mooi, luv heeft een splinternieve, zacht rekkende jeans voor my gestreken. 
    de bakker blykt echter niet open.
    eventjes recapituleren: dus een bakker - die op zondag - om halftien in de morgen - niet open is.
    dan maar naar de bakker twee kilometers verderop. een ry van zestien wachtenden. een goed halfuur staan aanschuiven.
    om tien uur toch weêr terug thuis, klaar om die ochtendmodus weêr op te rakelen, zoals een droom die je opzoekt door zo snel mogelyk opnief in slaap te vallen. evenwel: er staat een verdachte witte camionette by de voordeur. inmiddels blyken, inderdaad, de werklieden gearriveerd, namelyk voor de laatste finishing touches in de keuken; de deur polysten en zo. geen erg, toch die nieve koffi gaan zetten - neen, gaat niet door; de kasten zyn met een plastic zeil afgeplakt, ondertussen. dan zonder koffi, toch weêr die zetel in - neen, gaat niet: de werklieden, ook zelf byzonder beklagenswaardig, vatten hun werk aan - met de àllermeest luidruchtige slypschyf die de mensheid ooit heeft meêgemaakt.

het kortverhaal van jan arends, "de visser"; een oude stille man vindt eindelyk een plekje by het water waar het ongelooflyk prettig vissen is; de volgende dag keert hy weêr - hy vindt het plekje nooit meer terug.

weet je nog, lezers, toen ik met rocco james conan in de zetel wat mocht zitten te typen, met de brandenburgse concerten op de achtergrond, myn geest nog helemaal fris? ja, dat prachtige moment in de morgen - dat herinner ik my nog zéér goed. maar: precies dat dat niet zolàng heeft geduurd...
    de tenten zyn verwaaid, de rieten manden verscheurd. de dieren hebben de mazelen en het tocht en het regent en de deurbel gaat...


 

    

Geen opmerkingen: