1. eens een keer fietste ik door de kloosterstraat in het midden van de nacht en zag daar, kreeg ik de indruk, iemand geattackeerd worden met een lang, glinsterend mes, waarna ik zo laf was, meteen rechtsomkeer te maken; wat iets is waar ik het zelf nog altyd érg moeilyk meê heb...
2. op een café op het zuid eind jaren '90 zat ik aan de toog een whiskey te drinken toen een rivaliserende oost-europese buitenwippersbende de boel compléét kort en klein kwam slaan. letterlyk rondvliegende barkrukken, ineenstortende spiegels, héél de bar aan diggelen; je wist niet waar ze zouden stoppen dus alle inzittenden drumden als angsthazen in een verre hoek by mekaâr in foetushouding; maar vreemd genoeg bleef ik zelf, als enige, zitten waar ik zat, "kome wat komt", in die atmosfeer waar aanvaarding het reeds heeft overgenomen van schrik.
3. op een optreden ergens in west-vlaanderen geraakte ik slaags met een totaal opgefokt persoon in het publiek; zeer klassiek stond die my na het optreden op straat op te wachten om my mores te leren. ik zeg: "denk jy dat ik bang van een robbertje?? wacht hier!" hy wachtte gretig; ik stapte in myn auto - maar: ik reeds weg. verbaasd staarde hy me na, terwyl ik voor eens en altyd uit zyn leven verdween (myn chauffeur was toen chris van camp, die van deze heerlyke schelmenstreek kan getuigen...)
4. myn vriend charles maria nelson jarvis zegt dat hy ooit wel eens in het midden van een winterse nacht in een hollands café binnen viel, stoned tot over zyn twee oren, en dat hy daar collectief door de bullebakken aanwezig werd uitgekleed en letterlyk over hun hoofden in het rond werd gegooid, net zolang tot één meêdogende kerel hem langs een achterdeurtje uit het bierkot liet ontsnappen; hy is toen naakt door de straten verder gerend, net zolang tot een politiecombi passeerde, die hem uit de brand hielp.
5. wat dat laatste betreft, heb ik my toch altyd afgevraagd of myn verbeeldingsryke vriend zyn eigen pyschedelische verleden niet heeft verward met een boek dat hy ongetwyfeld las, "een schryver op zoek naar zes personages", van milo manara (zie prent onder.)
6. toen ik een jaar of acht was, ging ik met een houten klophamer, bedoeld om piketten in de grond te kloppen, een vlaggenstok in de tuingrond slaan. myn buurjongen dirk van der eycken hield de vlaggenstok voor my vast, zodat ik kon slaan met de hamer in allebéi myn handen. ik neem aan dat hier verder geen tekeningetje by moet...
6. toen ik een jaar of acht was, ging ik met een houten klophamer, bedoeld om piketten in de grond te kloppen, een vlaggenstok in de tuingrond slaan. myn buurjongen dirk van der eycken hield de vlaggenstok voor my vast, zodat ik kon slaan met de hamer in allebéi myn handen. ik neem aan dat hier verder geen tekeningetje by moet...

























2 opmerkingen:
6. op de unief zat er in mijn jaar een gast die altijd een pet op had omwille van't feit dat hij ooit 't zelfde had meegemaakt als jouw buurjongen. Zonder die pet voelde zijn hoofd niet goed aan...
brwwwwwwwhaaaaaa...
Een reactie posten