DE INDRINGER
feuilleton in 20 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: De Oude Robot legt uit aan De Engelbewaarder, waarom hij graâg soms alléén is in het Secretariaat.
14.
Jawel: dat waren, beste lezers, alsook vele lezeressen, de mooiste momenten die er bestonden, toch volgens de Oude Robot; als hij er met honderd procent zékerheid van doordrongen was dat er, toch zeker het eerste komende halfuur, echt niémand nog, zomaar ineens, zou komen binnenvallen - en vooral: als hij dan, met ingetogen asem, had durven plaats te nemen op die nochtans zeer hard aandoende bureaustoel, aan die grote, smetteloos gepoetste, maar op geen enkele manier frivool aandoende werktafel - het bureau van de Secretarisvogel... En méér nog als hij dan, als uiteindelijk, zonder zich daarom schuldig te voelen, het dagboek van de Secretarisvogel voor zich had liggen - om erin te beginnen te blaêren...
"Waarom?" zo vroeg de Engelbewaarder met veel ernst, na tevoren nochtans bijna helemaal niéts te hebben gezegd; het gedreven, langdurige zwijgen van die geniale Engelbewaarder, terwijl die de spreker aankeek bijna onderzoekend, was als van een tot materie gekomen stille macht, door dewelke die spreker, eender welke spreker, haast niet anders meer kon dan, wat openhartigheid aanbelangde, zijn grenzen te verleggen - zachtjes...
De Secretarisvogel werd door ieder in het Circus gerêvereerd; ook Bulderdrangers die hem, om eender welke te bedenken reden, liever niét persoonlijk in hun buurt hadden, erkenden toch wél zijn integriteit, zijn niet-aflatende waakzaamheid, zijn onbaatzuchtige vermogen tot algemene, optimaal generatieve compassie. "Dus misschien daarom," sprak de Oude Robot, nu meer hardop denkend dan wat anders. En hij legde, onwillekeurig, dit volgende nog uit; die notities nu vlak voor zijn neus, in dat stilzwijgende, strikt persoonlijke, strikt ultra-geheime dagboek van de Secretarisvogel, die wérkelijk voor niemand anders bestemd waren dan strikt voor hemzelf, die waren integraal opgetrokken uit alleen maar kleine dingetjes; de ene keer had 'ie genoteerd, dat 'ie een manchet-knop was kwijtgeraakt. Een andere keer dan weêr, betoonden-'ie zich dermate kwetsbaar, dat 'ie, gewoon voor zichzelf, tot in de kleinste details de ontroering beschreef die 'ie gewaarwerd naar aanleiding van twee spelende kinderen aan de ingang van het Secretariaat. Zeer vaak ook beschreef 'ie,- in een schrijfstijl, die op zich op geen enkele manier bijzonder was -, over zijn chronische rugpijn, of over zijn bijna belachelijk kinderlijk aandoende verliefdheid op Ginette, de Vrouw Met Drie Borsten, bij wie die, klaarblijkelijk, soms op bezoek ging - zelfs volgens deze notities, toch maar alleen om haar papieren te helpen regelen, haar verhuis-vergunningen en dergelijke.
Als deze dagboekbladen uit het boek zouden worden losgerukt, om met een lijmstok, als waren het posters of affiches, te worden opgehangen in, pakweg, alle belangrijkste tavernes van het Circus - in dat geval zou dat voor de Secretarisvogel dé doodssteek hebben betekend - ja, zélfs voor de Secretarisvogel. "Maar - wie zou dat ooit doen!" zei de oude Robot. En dàt was er nu juist het zo geheel magische aan; langs die dagboeknotities, die zo zorgvuldig werden bewaard, maar tegelyk zo verregaand alledaags gecomponeerd, zag de Oude Robot zijn gestrenge Bovenmeester (de Secretarisvogel was van het Secretariaat de Bovenmeester), ongehinderd helemaal bloot komen - die zo machtige meneer; zoals die door allen, met recht, vereerd en zelfs, ingetogen, gevierd werd, dag in, dag uit; hier lag die bijna op sterven... In zijn meest kwetsbare gestamel, zijn niet te vermoeden, zo erg aandoenlijke kleinheden - maar: nooit zou de Oude Robot, of iemand anders van diens collega's, hem verraden! Want hierin, zélfs hierin, zag het beroepsmatige oog toch altijd nog die grootsheid. Anderen zouden hun overste om zoveel onzin hebben vermorzeld - maar: de Oude Robot, in ieder geval, desnoods als enige, wist beter.
"Wat zou er gebeuren," zo legde de Engelbewaarder hem nu deze vraag voor, "Wat zou er gebeuren als je dit, op een dag, eerlijk zou opbiechten aan de Secretarisvogel?"
De Oude Robot dacht goed na.
Dan legden-'ie duidelijk uit, dit volgende:"De Secretarisvogel - zou die er kwaad om worden? Zeker niet," zei de Oude Robot. "En ik denk, aannemelijk, dat 'ie er ook niet om zou blozen - laat staan zich ervoor excuseren. Maar - het kàn niet worden opgebiecht aan hemzelf, want," zo besloot 'ie, "Zodra door hem geweten zou zijn, dat iemand erin las - dan zou dat dagboek meteen, ogenblikkelijk, voor altijd ophouden met bestaan."
"Dat begrijp ik," zei de Engelbewaarder kalm.
"Zo is het," zei de Oude Robot weêr, opgelucht. "Ik kàn de Secretarisvogel natuurlijk alleen maar zo goed kennen: doordat hij daar zelf geen weet van heeft. Doordat hij niet wéét dat ik hem zo goed ken."
Dan legden-'ie duidelijk uit, dit volgende:"De Secretarisvogel - zou die er kwaad om worden? Zeker niet," zei de Oude Robot. "En ik denk, aannemelijk, dat 'ie er ook niet om zou blozen - laat staan zich ervoor excuseren. Maar - het kàn niet worden opgebiecht aan hemzelf, want," zo besloot 'ie, "Zodra door hem geweten zou zijn, dat iemand erin las - dan zou dat dagboek meteen, ogenblikkelijk, voor altijd ophouden met bestaan."
"Dat begrijp ik," zei de Engelbewaarder kalm.
"Zo is het," zei de Oude Robot weêr, opgelucht. "Ik kàn de Secretarisvogel natuurlijk alleen maar zo goed kennen: doordat hij daar zelf geen weet van heeft. Doordat hij niet wéét dat ik hem zo goed ken."
Het was bijna ochtend geworden, toen dat gesprek onderhand was afgelopen. "Neem de rest van die paddenstoeltjes maar meê naar huis," zo had, lachend, de Engelbewaarder hem nog bezworen. Onderwijl de kevers en de torren, en zeker ook de geharnaste honingbijen van Toronto, de toorts-lichten her en der, waren beginnen te doven; en waarna dan maar, weldra, ieder zijns weegs moest.
Het viel ons op dat we allang niet meer het geluid hadden vernomen van de Circustrein, zo 's morgens heel erg vroeg... Die ruiste, die denderde voorbij, dag en nacht telkens preciés om het anderhalf uur - maar nu precies toch nooit meer... Alleen 's morgens viel dat dan op, alleen 's morgens was dat een gemis...
WORDT VERVOLGD
Het viel ons op dat we allang niet meer het geluid hadden vernomen van de Circustrein, zo 's morgens heel erg vroeg... Die ruiste, die denderde voorbij, dag en nacht telkens preciés om het anderhalf uur - maar nu precies toch nooit meer... Alleen 's morgens viel dat dan op, alleen 's morgens was dat een gemis...
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten