vrijdag 17 april 2020

ONS FEUILLETON

DE INDRINGER



feuilleton in 20 afleveringen


door don vitalski



wat voorafging: een zekere Matrozen-Aap schijnt zich te willen bekommeren om onze held, Pjotr Lavaski, welk laatstgenoemde hoofdpersonage volstrekt per ongeluk blijkt te zijn terechtgekomen in Circus Bulderdrang...









13.
Als biechtvader, maar zeker ook als gebedsgenezer, was, binnen het totaal-universum van Circus Bulderdrang, de befaamde Engelbewaarder, over wie dit hoofdstukje nu handelde, al jarenlang behalve zo befaamd, ook veel meer geliefd dan pakweg de Prediker en/of de Sprekende Klok, uiteraard voornamelijk doordat de Engelbewaarder zich nog nooit, na 'n zoveelste bekentenis te hebben afgenomen, had willen vergrijpen aan wat voor zedenkundige berisping dan ook - geen minste getergde zucht, geen geringst opgetrokken wenkbrauw. Om die reden was de laatste tijd zelfs de zogenaamde Oude Robot bij de Engelbewaarder vriend aan huis - en zo, op een avond, op het dak van de Kapel van de Prediker, in het aanzwepende rosse licht van de vele, bedrijvig flakkerende toortsen daar, kwam, uit de Oude Robot zijn mond, deze volgende toegeving - plus: ook mede wel door de schuld van die onvergelijkelijke, zoetzuur nasmakende kleine paddenstoeltjes van de Engelbewaarder, op dat moment.
    Het betrof niet werkelijk een benadrukte, om zichzelf geïsoleerde, letterlijke bekentenis, maar veeleêr een fragment dat oprees uit het midden van een koortsig gesprek. Het onderwerp betrof de vraag, of er zoiets zou hebben bestaan als een hiërarchie van geneugten. De Oude Robot meende stellig van wel, en kwam algauw, om te beginnen, tot dit axioma: dat hét allerhoogste genot onder de zon, per definitie, en weinig verrassend ook, seksueel moest zijn - én zondig bovendien; om vervolgens, tot zijn eigenste verrassing,  dit volgende plezier helemaal uit te schetsen, dat bij zijn eigen nadere inzien nochtans niet écht seksueel was - maar inderdaad wel des temeer zondig.
    "Het gebeurt bijna nooit dat ik helemaal alléén in het Secretariaat mag vertoeven," zo stak de Robot goed vooruitgedreven van wal. "En wanneer het zich toch wél voordoet, dan meestal zéér laat savonds pas, op dagen van overdreven veelvoudige absenties van collega's - zoals vorige week nog 'ns 'n keertje; toen was er wel nog één iemand anders eveneens present, een over-ijverige Griffier-Assistent; maar: die had ik dus toch, met veel moeite, na veel aandrang, krachtdadig naar huis weten te sturen, op den duur - speciaal om daar, in ons Secretariaat, wil ik zeggen, helemaal alléén te kunnen zijn. Dat is op zich al," zei de Oude Robot, "Een ongekende vreugde; het stille zoemen van die gele lampen, alleen nog die stille vliegjes rond die velerlei, gelige lampen, maar voorts helemaal niks meer - geen ademtocht, geen beweging; het mediteren met die meubels - het vermogen om aan te voelen, hoe alle fuzz van overdag, zich neêrlegt... Het genot zelfs nog groter," zo sprak 'ie, "Het genot zelfs nog groter wanneer verderop, vanuit de andere barakken, of vanuit tenten daar nabij, het feestgedruis weêrklinkt van andere Bulderdrangers; die overdreven lustige vreugdevuren in de verte, slaan over naar mijn eigen, stille bureau, maar dan zonder de domheid, die ze meestal aandrijft, erbij te moeten nemen - wél met, in plaats daarvan, een zekere geheimzinnige plechtstatigheid, die ze complementeert."
    "Ik begrijp het," sprak de Engelbewaarder dan toch, zijn gevleugelde handen bijeenvouwend.
    "Dat is het plezier van iederéén die graâg schrijft," zei de Oude Robot. En nog meer sprak 'ie voort:"Vermoedelijk is dit volgende, bij naêr inzien, toch niet echt seksueel, toch niet helemààl - maar wel zéker is het iets zeer verbodens... Waarom gebeurt het, misschien om mijn alleenzijn in het Secretariaat op zo'n ogenblik te benadrukken, begeef ik mij dan soms, het liefst van al, naar het grote bureau van de Secretarisvogel, in de enige nis in die kamer, opzij van een smalle, geheimzinnige spiegel, verstopt achter een paar van die exotische, vlees-etende planten die daar in bakken staan bijeengebracht. Ik doe dan eerst de voorste deuren allemaal goed op slot, en ik kijk het wel duizend keer na, door alle vensters: of er toch zéker niemand, ineens, gaat opduiken, voor mijn bange neus? Maar dan," gaf de Oude Robot dit schaamtevol toe, "Dan kom ik tot de bevinding dat de allergrootste geneugte des levens eruit bestaat, zo rap mogelijk, maar vooral zo voorzichtig mogelijk, te beginnen te blaêren in de verboden dagboeken van de Secretarisvogel..."

WORDT VERVOLGD


Geen opmerkingen: