maandag 14 september 2020

de pleegouders van poe

john allan, de succesrijke pleegvader van poe
Na de dood van hun Moeder werden de drie siblings Poe ieder in een ander pleeggezin ondergebracht. De oudste, Henry, kwam terecht bij familie in Baltimore, Maryland, Edgar en zijn Zus landden elk in een apart gezin te Richmond, Virginia. Aan zijn biologische Vader had onze schrijversheld zijn familienaam "Poe" te danken, van Shakespeare zelf kreeg hij zijn voornaam "Edgar" toegewezen, daar zijn ouders, toen hij geboren werd, net bezig waren met een reeks opvoeringen van het koningsdrama "King Lear". Maar zijn middelste naam, "Allan", was dus een geschenk van zijn Pleegvader, John Allan, een succesvol verkoper van kruiden en kledij, grafzerken, tabak en levende slaven. Al moet gezegd: hoewel zijn pleegouders hem de naam Allan toewezen, toch werd hij nooit formeel door ze geadopteerd.
    
frances allan, de zeer christelijke
pleegmoeder van poe 
Om die naam, "Allan", te mogen aannemen, werd Poe ogenblikkelijk gedoopt, in de Episcopale kerk; een nog erg nieuwe, Anglicaanse kerk, die zich nog maar net, na de Civil War, had losgescheurd van de Church of England. John Allan droeg christelijke idealen zoals vlijt, oprechtheid en zuinigheid wel hoog in het vaandel, maar alleen zijn vrouw Francis, Edgars Pleegmoeder, was werkelijk devoot. Zij kon geen kinderen krijgen, maar wijdde zich, net als de gemiddelde gegoede burgervrouw te Richmond, met veel overgave aan liefdadigheid. Zo was zij bij de kranten-annonce uit gekomen, die om geld schooide voor de ziek gevallen actrice Eliza Poe. Toen  deze een maand daarna stierf, was het Francis Allan die er bij haar man hard op had aangedrongen, de kleine, bekoorlijke Poe in huis te nemen, als een zoveelste daad van christelijke goedheid.
    
Poes eigen verhouding tot religie zou zijn leven lang iets onuitgesprokens blijven. De Bijbel die hij als kind cadeau kreeg, droeg hij bij zich tot aan zijn sterfbed. Daarin werden twee passages door Poe persoonlijk onderlijnd: het Onze-Vader, en voorts, hoe kon het ook anders, een passage uit het boek Job, steun en toeverlaat voor allen aan lager wal. In zijn filosofische verhandeling "Eureka" schijnt Poe te suggereren dat de menselijke geest losstaat van het lichaam. De optelsom van zijn verhalen geven blijk van een obstinaat manicheïsme; dwz de overtuiging dat alles wat gebeurt, aldoor deel uitmaakt van een eeuwigdurende strijd tussen goed en kwaad. Als obsessief rationeel denker en analist betoont Poe zich gestreng ongelovig, maar in zijn poëzie dan weêr schijnt hij, in de trant van zijn tijdgenoot Ralph Waldo Emerson, een verrukt pantheïst, gelovend dat God zich steeds in àlles openbaart, niet het minst in ieder klein grassprietje in de natuur. Wellicht nam Poe nooit één standvastig religieus standpunt in, maar slingerde hij zijn leven lang tussen verschillende, onderling contradictorische inzichten heen en weêr. Volgens Doctor John Moran, die beweerde Poe te hebben zien sterven, zouden zijn laatste woorden deze volgende te zijn geweest: "God - red mijn arme ziel!!" Maar van die Doctor Moran is men niet geneigd erg veel zomaar voor waar aan te nemen.
    Door zijn Pleegvader werd Poe tegelijk rot verwend én onderworpen aan een rigoureuze discipline.
    Op vijfjarige leeftijd voer Poe tezamen met zijn Stiefvader en -Moeder naar Engeland...

Geen opmerkingen: