HET GEVAAR LOERT IN MOMBASA
van onze correspondent in de jungle robertus baeken
aflevering 10
wat voorafging: Geïnspireerd door een beroemd ontdekkingsreiziger besluit onze held een in Afrika vermiste landgenote op te sporen. In Mombasa komt hij in contact met de Swahilisprekende Duvel, die hem, met zijn veertigkoppige expeditie, zal vergezellen door de jungle.
Uit het dichte kreupelhout zoemde een pijl en doorboorde de laatste drager. Toen ik eraan kwam lag hij daar als dood. Omsingeld door tiendduizenden bijtgrage faraomieren. Besprongen door een mij lelijk aankijkende, kwaaie witruggier. Wat kon ik doen? Mijn gedachten gingen naar de ondertussen allang vergane kakkerlak achter ons behang. Het properst was de man hier gewoon achter te laten. Gelukkig was zijn vracht zéér licht. Het betrof enkel een doosje met reservenaalden voor mijn grammofoon. Om niemand te verontrusten, voegde ik me zwijgend bij de caravan.
In de vroege avond arriveerden we bij een verlaten nederzetting. Met mijn gedachten nog bij de gedode inboorling, verwachtte ik nu één shilling minder te tellen, maar het waren er twee! Ontzet als ik was, pakte ik Duvel hierover aan, maar die maalde niet om een Afrikaan meer of minder. ‘Boekhoudertje, denk aan je profijt!’ zei hij. ‘Aan elk nadeel zit ook een voordeel!’ Boekhoudkundig was wat hij zei even onaanvechtbaar als één plus één is twee, maar tegelijk een even grote leugen. Daardoor kon ik mijn gedachten niet vrijmaken van de verschrikking die was gebeurd, misschien in de voormiddag al, toen ik nog onbekommerd als een vadsige Pasja in mijn draagstoel achteroverleunde. Achter het behangsel van deze groene hel werd een inboorling met pijlen doorzeefd, misschien wel stilzwijgend doodgeknuppeld, gevierendeeld en met één been aan de top van de hoogste boom opgehangen.
Duvel stond over de grammofoon gebogen. Die leek hem tien keer belangrijker dan het leven van twee onschuldigen. Ik realiseerde me dat ik de muziek niet langer kon uitstellen zonder een vreselijke scène of handgemeen dat mogelijk zelfs een einde zou stellen aan deze expeditie. Mijn vorig argument dat er teveel lawaai was om de muziek naar waarde te schatten, ging dit keer niet op. Met ingehouden adem keken we naar een onvoorstelbaar sprookjesachtige sterrenhemel met volle maan. Niet één wolkje, niet één geritsel, niet één zuchtje. Niettemin draaide ik node aan de zwengel, liet Estudiantina op kruissnelheid rondtoeren en liet de arm met nieuwe naald er voorzichtig op neerzakken. Al bij de eerste klanken raakte Duvel in de hoogste vervoering. Hij keek naar de lucht, alsof hij eerder met Percy Fawcett dan mij in zijn gezelschap bovenop de Mato Grosso stond. Mij daarentegen viel de muziek héél erg tegen. Ik waande me eerder een onnozele toeschouwer op de vijfde rang rond een circusarena waarin de directeur met buishoed en opvallend omhoog gekrulde snor, onder begeleiding van deze vrolijke, protserige klanken de komst van twee clowns aankondigde.
Waar ik opgelucht was dat de grammofoon eindelijk stilviel, zodat de muziek vanzelf zweeg, kon Duvel er niet genoeg van krijgen. In de hoop dat hij het dra ook beu zou worden, verving ik de naald en liet de arm herhaaldelijk weer op de plaat zakken. Tot ik hem uitlegde dat die reeks van opeenvolgende handelingen heus niet moeilijk was. Terwijl hij daarmee omzichtig aan de gang ging, kroop ik in mijn tent en ging slapen
WORDT VERVOLGD...





























Geen opmerkingen:
Een reactie posten