vrijdag 20 augustus 2021

gast-auteur


portret van de aardbeienplukster
als jonge vrouw

door robertus baeken, vanuit de aardbeienvelden



44.

Niessen was weer terug. Op een morgen kwam Mieke het kantoor binnenlopen en hij zat al op zijn post, in volle bedrijvigheid. Een lelijke tegenvaller, die zij onderdrukte door hem met geveinsd enthousiasme te kennen te geven dat niemand zijn komst zo gauw had verwacht. Met trots wees hij naar zijn wandelstok. Hij was op eigen houtje naar hier gekomen. 

   ‘Ik zat de laatste tijd erg met het bedrijf in mijn hoofd. Geloof me, ik ben dolgelukkig weer aan de slag te kunnen!’ Zonder enige overgang vroeg hij wat ze de laatste weken had uitgevoerd. Deze formele vraag kwam zo onverwacht dat Mieke er perplex van stond. Haar gedachten gingen naar die gênante scène bij hem thuis. Hier zat een eerste Niessen. Een gediplomeerde econoom, een robot met scherp oog voor exacte basisgegevens. Cijfers. Bijeenbrengen en controleren van informatie. Mieke voelde zich weer in de greep van dit raderwerk komen.

   ‘Mag ik eerst mijn jas uittrekken?’ Het was een vraag als een giftige pijl, regelrecht afgevuurd naar de tweede Niessen, het kereltje dat zijn handen niet kon thuishouden.

   Blijkbaar had hij haar felle reactie door. Nadat ze terugkwam, bood hij haar voor wat zich laatst had voorgedaan, zonder omwegen zijn excuses aan. ‘Ik had je ten onrechte in vertrouwen genomen,’ besloot hij. ‘Dat krijg je als je je blootgeeft: er wordt door anderen onmiddellijk van geprofiteerd.’ 

   ‘Waar praten we over,’ effende Mieke het pad.

   Niessen wuifde haar tegemoetkoming weg. ‘Nee, ik heb me aangesteld. Mijn gevoelens spelen me altijd parten! En dan blunder ik! Want ’t is waar: ik heb een zwak voor je, wat ongelukkig is. Als overste brengt dit me in een lastig parket.’

   Mieke ging aan de computer zitten. Ongewenste confidenties brachten haar gauw van streek. En Niessen was er eentje van het slag dat moeilijk op dreef komt, maar eenmaal begonnen, niet meer kan ophouden. ‘Je weet dat ik al een vriend heb! Bovendien ben ik zwanger!’

   ‘Dat heb je gezegd… Maar ‘t is helemaal niet waar!’

   Dit laatste klonk zo zelfverzekerd dat ze op slag aan haar toestand ging twijfelen. ‘Waarom zou ik liegen?’

   Niessen glimlachte vaag. ‘En Francis? En zijn moeder? Heb je hen al op de hoogte gebracht?’

   ‘Wat denk je wel? Zij waren de eersten!’

   Weer die glimlach. ‘Nee, ik geloof je niet!’ zei hij, of hij al zijn argumenten nog eens op ‘n rijtje had gezet. Opeens leek hem iets te binnen te schieten. ‘En hoe zit het dan met zijn studies?’

   Bij die vraag besefte Mieke hoe lelijk ze zich in de rats had gewerkt; zij had geen keuze dan met haar verzinsels doorgaan. ‘Tja, hoe het daarmee verder moet, weet ik niet!’

   ‘Ha, weet je niet…’ spotte Niessen, of hij aan een dwaas spelletje deelnam.

   ‘In de lente gaan we trouwen!’ hield Mieke koppig vol. Haar vingers gleden al over het toetsenbord. 

   Daar kwam Hamersmidt. Nadat hij Niessen met een kwinkslag welkom had geheten, vroeg hij wie er ging trouwen.

   Mieke verstijfde. Nu zou alles aan het licht komen! Gelukkig hield Niessen het hoofd koel. ‘Mijn nichtje,’ ging hij doodgemoedereerd verder. ‘Mieke is erg met haar bevriend.’


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: