zondag 8 augustus 2021

gast-auteur

 PORTRET VAN DE AARDBEIENPLUKSTER
ALS JONGE VROUW


door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden





34.

Bij deze uitlating kwam Mieke in nog grotere verlegenheid. Gelukkig had haar chef algauw ingezien dat hij zijn boekje te buiten was gegaan, zodat hij zich beperkte tot dit ene compliment. De man van de gemiste kansen zat diep doorgezakt en met een treurig gezicht. Mieke voelde een tikkeltje medelijden. Alles welbeschouwd had hij inderdaad pech. Hij liep al naar de veertig en hij had niet eens een nakomeling. ‘Waarom ben je niet vroeger van haar gescheiden?’

   ‘Daar zeg je wat!’ Niessen liet een bitter lachje horen. ‘Zelf had ik de scherven nog willen lijmen!’

   ‘Scherven blijven scherven, weet je toch? Dan is het beter van de nood een deugd te maken. Kijk, je bent gezond. Er bestaat nog een toekomst. Wellicht heb je volgende keer meer geluk!’

   Niessen schudde het hoofd. Haar bemoedigende woorden zouden deze zwartkijker er niet bovenop helpen. ‘Er is wel een andere,’ zei hij met een flikkering in de ogen, alsof hij zich iets vreugdevols herinnerde. ‘Jammer genoeg is ze niet vrij.’ Bij deze woorden had hij Mieke zo doordringend aangekeken dat haar eerder vermoeden veranderde in zekerheid. Zij had hem eraan kunnen herinneren dat in de oorlog en in de strijd om het veroveren van een geliefde alle middelen toegestaan zijn om je slag thuis te halen, maar in deze omstandigheden zou het dwaas zijn hem aan te moedigen. Zij stond op. ‘Blijf je niet nog even?’

   ‘Thuis staat mijn soep koud te worden, begrijp je?’ Niessen stak zijn hand uit om overeind te worden geholpen, een verzoek dat zij graag inwilligde. Na het overhandigen van zijn krukken, liep ze voor hem uit, opende deur en wachtte.

   In het lege vertrek waar zijn bureau had gestaan, keerde hij zich om en vroeg: ‘Je weet toch over wie ik het heb?’

   ‘Hoe zou ik dat weten?’ Mieke durfde haar vermoeden niet uitspreken.

   Niessen strompelde verder. In de doorloop, waar ze hem rakelings naar de voordeur passeerde, voelde ze zijn hand op haar schouder. Eén kruk kletterde tegen de vloer. Mieke boog zich al door de knieën, maar hij hield haar overeind. ‘Je weet best wie ik voorheb!’ fluisterde hij haar in het oor. ‘Ik weet niet wat het is... Jij brengt mijn hoofd op hol!’

   ‘Mijnheer!’

   ‘Zeg maar: Karel! ’t Spijt me! Beloof me het tussen ons te houden!’

   Zij dacht aan andere dingen. Deze op één na hoogste man op het bedrijf had te kampen met onbedwingbare seksuele fantasieën. Zij overhandigde hem de kruk en wachtte bij de voordeur. Maar vóór Niessen de klink had gedraaid, schraapte hij zijn keel. En toen kwam het eruit, overhaast en met een toegeknepen stem, waarbij ze zijn adem met volle laag in het gezicht kreeg: het kleine zinnetje dat zij al de tijd hierbinnen had voelen aankomen. ‘Kus me, Mieke!’

   Zij wilde luidkeels roepen, maar in een flits bedacht ze dat dit hem in paniek kon brengen. Eventjes geduld: de deur draaide al op een kier. Doordat Niessen niet uitweek, botste zij in haar poging langs hem weg te glippen, pardoes tegen hem aan. Gelukkig bezat hij niet de kracht om haar tegen te houden. Zij voelde slechts zijn ruwe hand bovenop haar dij. Eenmaal buiten zijn bereik snakte ze opgelucht naar adem. ‘Dat had ik nooit van je gedacht!’

   ‘Kom! Moet je nog wat zeggen!’

   Bij deze woorden holde Mieke enkele stappen terug. ‘Niks van! Ik ben al zwanger!’ jubelde ze, in de greep van een onverwacht geluksgevoel. Zij begreep wat haar ingegeven had deze bekentenis Niessen zomaar in het gezicht te slingeren.

   ‘Aardbeienplukster, kom hier!’ kwaakte Niessen. Mieke sloeg er geen acht op. Zij stonden quitte.


WORDT VERVOLGD

Geen opmerkingen: