maandag 22 november 2021

gast-auteur

PORTRET VAN DE AARDBEIENPLUKSTER
ALS EEN JONGE VROUW

door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden





123.

‘Verdomme, die oude schoot met scherp!’ Een andere haan zei: ‘Laat ‘s kijken! Mm… Héél oud wapen! Lijkt wel iets uit de tweede wereldoorlog…’ Een derde kwam boven het rumoer uit. De meubelhandelaar. ‘Kijk goed rond! Misschien loopt hier nog ’n lekkere stoot! Echt, ik heb ze met mijn eigen ogen gezien! Hij nam ‘t ervan, die ouwe snoeper!’ Na zijn ku-ke-le-kuu klonk droog gestommel op de trap en enkele harde klappen waarbij het houten schot met geweld naar beneden donderde. Tegelijkertijd werd het valluik naar de kelder opgelicht. Uit de opening kwam de in het rond zoekende stralenbundel van een zaklamp. Zich prangend tegen de muur bovenop de voorraad aardappelen, hoorde Mieke de zware adem van een man. Eén tel richtte hij de lamp naar het midden van de vloer. Er volgde een vloek en gemompel over vies water. Nu wist ze dat het de buffel was en dat hij haar zocht. Van de vloer ging zijn lichtstraal naar de rekken waar een rijtje weckpotten met groenten en fruit alle belangstelling kregen. Daarna richtte hij zijn lamp naar de opening tussen de treden. Het gestreepte licht kon haar nauwelijks bereiken. Hoewel Mieke zich als een onbeweeglijk voorwerp had voorgedaan en het voor de hand lag dat hij haar niet had gezien, daar hij onmiddellijk wegging, wist ze dat hij morgen of na het vertrek van de agenten, zou terugkomen. Zij hoorde enkele van die hanen luidruchtig de houten trap afstormen. ‘Zie, wat een stapel!’ kraaide de voorste triomfantelijk. ‘Je reinste porno!’ Ku-ke-le-kuu! En nog eens: ku-ke-le-kuu! Daarna de buffel weer: ‘Laat ‘s kijken!’ En na een korte stilte: ‘Wat een viespeuk, die ouwe! Jammer dat de hoertjes er met de poet vandoor zijn! Ku-ke-le-kuu! Als een levensgevaarlijke diersoort hoorde Mieke de hanen met hun gedeelde buit naar buiten stormen. Zij had geboft. De kelder rook duf. De muren dropen van het vocht. Het hoopje aardappelen waarop ze zich als bij wonder droog had kunnen houden, begon in te kalven. Op handen en knieën kroop ze uit haar schuilplaats. Buiten sloegen de motoren aan. Haar overjas lag onaangeroerd op de sofa. Het was een pikzwarte avond.


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: