zaterdag 6 november 2021

gast-auteur

PORTRET VAN DE AARDBEIENPLUKSTER
ALS EEN JONGE VROUW

door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden



109.

Nog één keer was Mieke naar Berthe gaan kijken. Dit gebeurde op de ochtend voor de begrafenis. Berthes poging om te glimlachen, was op niets uitgelopen. De lippen stonden een beetje verder van elkaar, op zulke wijze alsof ze, in plaats van aan vreugde te gehoorzamen, gedwongen werden de stijve bewegingen te volgen van levenloze materialen zoals papier of karton, waaruit het gezichtje door de bleke weerschijn van de ontbinding nu leek samengesteld. Daarbij waren de twee voorste tandjes tot de dunne, blauwachtige snede vrijgekomen, zodat bij haar, eerder dan het gevoel afscheid te nemen van haar zusje, de pijnlijke indruk ontstond dat zij naar een opgezet knaagdiertje keek.

   In de kerk zat Mieke naast haar vader op de eerste rij stoelen. Het was nog nooit eerder gebeurd dat zij langs de openstaande deur in de sacristie kon kijken. In het portaal waren twee misdienaars bezig de pastoor te helpen bij het aantrekken van zijn kazuifel. Op dat ogenblik sloeg het orgel aan. Het begon met plechtige, langgerekte tonen, - en daaruit bleek de virtuositeit van de organist: dat hij spoedig alle registers opentrok tot een machtige finale, waarbij de muziek als een ruimtevullend gebed langs de heiligenbeelden en gebrandschilderde ramen tot de hoge, gemetselde bogen onder het gewelf opsteeg. Dit moest de aanwezigen alvast onder de indruk brengen van Gods glorie. Intussen was de priester opgekomen. De dienst begon, en voor het eerst sinds lange tijd volgde Mieke het ritueel weer met kritische ogen. Zolang er hoop was, zolang had zij aan zichzelf geweigerd toe te geven dat de eredienst neerkwam op zielloze herhaling, op een durende sleur van door de knieën buigen, kruistekens maken, belletje rinkelen, hostie omhoogsteken. Het minst saai vond Mieke de wekelijkse preek. Bij deze gelegenheid had pastoorke Pauwels het in verband met Berthe, wier naam hij herhaaldelijk liet ontvallen, over de belofte van het hiernamaals. Mieke geloofde er geen sikkepit meer van, evenmin zoals zij geloofde dat dit gedoe het Opperwezen, als er zulk een onmetelijke grootheid bestond, zou kunnen behagen. Achter een kniebuiging moest niks anders gezocht worden dan een inspanning van de spieren, en Mieke kon zich eerder het onhoorbare kraken van de gewrichten voorstellen dan de zelfgenoegzaamheid van de Heer indien Hij de loftuigingen over zijn heerlijkheid, bij monde van zijn eigen arme schepselen in ontvangst zou nemen. Pastoorke Pauwels in de rol van priester, was een gedrongen mannetje, aangenaam in de omgang, maar iemand met twee gezichten. Onder zijn met gouddraad doorweven kazuifel zat een hangbuik, en daaronder bungelde een, zeker ten gevolge van het jarenlang volgehouden celibaat, verschrompeld tapkraantje. Foei Mieke! Waar haal jij altijd weer die schandelijke voorstellingen vandaan? Of wil je dat wij je zusje zomaar als een hond in de grond stoppen? Wij zijn hier om haar de laatste eer te bewijzen!

   De hoopgevende preek werd gevolgd door zoete orgelklanken. Er werd naar voren getreden om met lichte knieval een gouden plaat te zoenen en een doodsprentje in ontvangst te nemen. De hele janboel: een nutteloos opvijzelen van de naakte mens, van de mens die tot stof zal wederkeren. Verder gingen Miekes gedachten niet. Dit was een uiterlijke eerbetuiging aan Berthe, en als uiterlijkheid allerminst onredelijk.


WORDT VERVOLGD

Geen opmerkingen: