LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
15.
In Leonards galerij van bloedverwanten ontbreken de portretten van Philomena, Henri en Jef. Vermoedelijk hadden zij geen tijd om te poseren. Wat Jef betreft is dit eigenlijk een beetje jammer, want op het prachtige bokserslijf stond de kop van een adonis. Volgens Leonard had hij een aardje naar zijn vaartje: ook hij was een geboren versierder. Het verhaal ging dat meisjes bij het zien van hem op straat, in katzwijm vielen.
De periode na Belgisch Congo, waarbij Leonard met zijn broer verder samenwerkte, heeft een jaar of tien geduurd. Als schoolknaap zag ik hen al eens her en der in de stad, bezig met verbouwingswerken. Eens heb ik hen een hele dag via het vensterraam van mijn klaslokaal in het vizier gehad, terwijl ze in weer en wind op het platte dak stonden van Brepols, een papierfabriek aan de overkant van de speelkoer. In 1953 bouwden zij in opdracht van mijn moeder in Oud-Turnhout een woonhuis voor haar gezin, wat mogelijk was doordat zij al tijdens de ziekte van mijn vader, begonnen was op eigen houtje kleren te naaien om die ’s anderdaags op de openbare markten te verkopen; een winstgevend zaakje waarvoor zij zich echter gedurende al die jaren in haar eentje dagelijks tot diep in de nacht heeft afgepeigerd.
Op 24 september 1955 stierf Moe Wis. Hoewel de hele familie er door haar voorafgaande ziekte op was voorbereid, kwam het toch als een harde klap waar iedereen stil van werd. Anderhalf jaar eerder was mijn knapenzieltje op nog helsere wijze tegen dergelijke blinde muur te pletter gelopen. Dat was bij het schielijk overlijden van mijn twee jaar jongere broertje Walter.
Nu stond ik een beetje verder van dit voor een mensenleven zo ingrijpende gebeuren. Maar wat me dieper trof dan haar dood zelf, was het plotse besef van de enorme verbondenheid en liefde van een zoon voor zijn moeder, toen ik vernam dat nonkel Nard wekenlang elke nacht wakend bij haar doodsbed had gezeten.
Ondertussen ging hij 's avonds door met zijn portretten. Deze werden eerst in klei geboetseerd om vervolgens in gips te worden afgegoten. Meestal ging hij nog een stapje verder. Met behulp van een driepuntspasser werden ze dan vakkundig gekopieerd en in arduin of marmer uitgehouwen. De meeste van die portretten vielen op door hun sprekende gelijkenis. Daarmee kwam hij tegemoet aan de belangrijkste eis die de opdrachtgever doorgaans aan een portret stelt. Leonard was nooit kwaadwillig. Hij kapte uit wat hem beroerde, maar stelde zelden iets aan de kaak. De meeste van zijn vroege portretten zijn in klassieke zin gelijkend, steeds zonder vleierij en roerloos verheven boven de dagelijkse sleur. Een aandachtig toeschouwer krijgt het vermoeden dat er iets achter de strakke, lege ogen wordt verborgen. Noem het de inborst van het model, zijn of haar karakter. Er wordt getoond, er wordt verzwegen. De toeschouwer wordt alleen gelaten, met zijn fantasie en het begrip.


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten