LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
16.
Bij de niet zo met kunst vertrouwde gewone man, wekte een dergelijk vakmanschap natuurlijk bewondering. Zijn cliënteel bestond voornamelijk uit een kleine schaar trouwe bezoekers aan zijn atelier: vrienden en familieleden. Allen waren het er roerend over eens dat Leonard een merkwaardig talent bezat. Mede dankzij het feit dat hij slechts een habbekrats per dag aanrekende, bracht hij de meeste van zijn werken, waaraan hij weken- of zelfs maandenlang bezig was geweest, vroeg of laat bij dit publiek ook aan de man.
Hoewel het aantal portretten later sterk zou afnemen, is Leonard het genre heel zijn leven blijven beoefenen. Meestal deed hij het om den brode, soms uit pure belangstelling voor het model, vaak ook omdat hij moeilijk een opdracht kon weigeren.
‘Een prima oefening voor het oog,’ placht hij zichzelf te troosten, ‘maar de natuur kopiëren schenkt me weinig vrijheid, weinig bevrediging.’
De bladzijden over de jaren vijftig zou ik verder in één ruk kunnen omslaan. Soms liep ik nonkel Nard al eens op een wielerwedstrijd tegen het lijf. Dan was hij daar als supporter van mijn oudere broer Frans, toentertijd een beloftevol wielrenner.
Op een mooie zondag zag ik mijn beide nonkels Peer en Nard tijdens een wedstrijd in het naburige dorp Gierle. Ofschoon wielrennen als sport niks met boksen gemeen heeft, wierp nonkel Peer zich alras op als een kenner. Zijn gezaghebbend woord ging vergezeld van talrijke krachttermen en boude uitspraken die zeer overtuigend en vaak ook ongewild grappig over kwamen, zodat mijn broer en ik, ja, iedereen die hem hoorde, uit ontzag voor zijn mening niet anders konden dan zonder tegenspraak jaknikken. En bleek het al eens dat onze nonkel, ondanks zijn krachtig woord, toch ongelijk had, dan bedekten wij dit met de mantel der liefde en schoven dat ongelijk eerder op een onnozele vergissing van het lot of het toeval. Wat nonkel Peer ook zei, het ging erom hoe hij het zei. Onze bewondering voor zijn enorme persoonlijkheid boog elk woord van hem welwillend om tot onvoorwaardelijke aandacht. En dit gold in niet mindere mate voor nonkel Nard, die zich eerder met een veelbetekenend lachje op de achtergrond hield, hoewel hij, voor wat zijn postuur betreft, voor zijn oudere broer zeker geen stap opzij diende te zetten. Leonard was zelfs een tikkeltje groter. Op hogere leeftijd kreeg hij wel een buikje, wat van Peer nooit gezegd kon worden.
Toen ze beiden na afloop van de koers op een vehikelachtige damesfiets naar huis keerden, volgde ik hen een poosje. Vreemd, ik vond dat die twee reuzen eigenlijk niet op een fiets thuishoorden. Om een mij onbekende reden zag ik dit als ver beneden hun waardigheid. Om diezelfde reden zou ik deze Vlaamse koppen evenmin kunnen voorstellen in een Tirolkostuumpje bijvoorbeeld, of zittend op een kermisattractie. Voor mij waren zij verre boezemvrienden van Frank Sinatra. Of onkreukbare romanfiguren uit de série noire. Twee robuuste, sterke persoonlijkheden. Twee indrukwekkend grommende leeuwen met een vriendelijke inborst.


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten