LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
17.
EEUWIGE VRIENDSCHAP
In 1962 vernam ik in familiekring dat Leonard in opvolging van Victor Avonds, die met pensioen ging, avondlessen zou geven aan de Turnhoutse Academie voor Schone Kunsten, afdeling boetseerkunst. Ik vroeg me af hoe dit mogelijk was; want zelf begon ik aan het laatste leerjaar van een technische school en hier had ik nog nooit één leraar dialect horen praten, zoals hij deed. Later heb ik van Leonard zelf vernomen hoe de keuze voor de nieuwe leerkracht op hem gevallen was.
Elke kandidaat diende een werkstuk in te leveren. Vanzelfsprekend geschiedde de beoordeling ervan buiten hun aanwezigheid. Hierbij had niemand gerekend op de portier achter de deur. Later, toen Leonard wat met de man bevriend raakte, klapte deze uit de biecht. Het bleek dat één van de juryleden - Frans Claessens, Leonards voormalige leraar aan het Nationaal Hoger Instituut, - tot verbijstering van de andere juryleden, erbij bleef dat Leonards beeld tien op tien verdiende, terwijl de anderen letterlijk nul op het rekest kregen.
Een jaar later beëindigde ik mijn eigen studies. Ik was twintig en zocht een gepaste baan als technisch tekenaar, waarvoor ik had gestudeerd, maar moest vaststellen dat ik, zolang mijn militaire dienstplicht niet was vervuld, weinig kans maakte iets te vinden dat aan mijn wensen beantwoordde. Tijdens de zomer kon ik met een groep seizoenarbeiders aan de slag in Breda. Wij werden met de bus opgehaald. Onze werktijden liepen wekelijks afwisselend van vijf uur 's ochtends tot één uur 's middags, of van ditzelfde uur tot negen uur 's avonds. Hoewel mijn taken, gezien de verschillende groenten, die daar als eindproducten werden ingevroren, zeer verscheiden waren, bestonden zij voornamelijk uit het bevoorraden van lopende banden waaraan langs beide kanten een rij vrouwen of meisjes de groenten van een minderwaardige kwaliteit er uitpikten. Een zorgeloze tijd. In mijn vrije uren hield ik me uitsluitend bezig met het lezen van klassieke literaire meesterwerken. Kunst, filosofie, yoga, literatuur en het beluisteren van muziek beheersten mijn leven. Ook schreef ik mijn eerste gedichten.
In de herfst kwam met het stilvallen van de aanvoer van verse groenten aan deze tijdelijke baan een einde. Kort daarop kreeg ik een oproepingsbevel om vanaf 1 december 1963 in de toenmalige Duitse Bondsrepubliek bij de infanterie mijn dienstplicht te gaan vervullen.
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten