zaterdag 17 september 2022

GAST-AUTEUR

robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.


photo: Henri, Leonards oudste broer in zijn jonge jaren


LEONARD EN IK


door Robertus Baeken



14.

Tot zover Leonards Congolees avontuur. Volgens zijn zwager, Isidoor Mertens (de echtgenoot van tante Gusta), zou zich in Congo nog een beeld van hem bevinden; namelijk een statue van koning Albert I, gemaakt in opdracht van de Belgische regering.

    Ondertussen hielden nonkel Peer en zijn vrouw het ginds niet minder snel voor bekeken. Een paar dagen na zijn aankomst ontmoette ik hem in het pakhuis van zijn ouderlijke woning, een gewezen balzaaltje, waar hij volop bezig was zware vrachten te versjouwen. Als negenjarig knaapje aanschouwde ik de mythe in zijn volle glorie. Over zijn gebronsde voorhoofd, waarover blonde lokken naar beneden krulden, hing de machtige glans van de gewezen bokskampioen en teruggekeerde koloniaal. Als hij in de woonkamer zijn mond opendeed en sprak, daverden alle kopjes en schoteltjes. Door zijn stoere uiterlijk, zijn brede schouders en het rustige voorkomen van een man, die altijd recht op zijn doel afgaat, vertoonde hij naar mijn gevoel zekere gelijkenis met de knappe, Amerikaanse filmacteur Robert Mitchum in diezelfde jaren. Wat er nu juist in die enorme, door bruin papier omhulde pakken stak, kon ik onmogelijk zien. Volgens mij waren het huiden van luipaarden en krokodillen, slagtanden, zwart mahoniehoutsnijwerk, veelkleurige tamtams, speren: alles regelrecht uit het oerwoud!

    Dat ik zolang bij het portret van nonkel Peer blijf staan, heeft een gegronde reden. Ten slotte was hij de broer bij wie Leonard als vrijgezel het vaakst heeft aangeklopt. Bijna dagelijks gebruikte hij er zijn warme maaltijd. Zoals hun gegraveerde namen in de koperen plaat naast Peers voordeur ‘P. & L. Baeken - Aannemers’, zijn zij hun hele leven onafscheidelijk gebleven.

    Henri, hun oudste broer, wie het in de steenkapperij erg voor de wind ging, werd sterk door zijn beroepsbezigheden opgeslorpt, terwijl Jef, bijgenaamd ‘Jef Baldur’ (balle dur = harde biceps), zoals hij vanaf 1941 als profbokser bekend stond, begin jaren vijftig tot spijt van de ganse familie met zijn gezinnetje naar Mechelen verhuisde en daarna nog maar zelden in Turnhout te zien was. 

    Over Henri, eveneens een zeer imponerende verschijning, zou ik nog willen zeggen dat hij een heel zachtaardige man was en een noeste werker. Zoals zijn broers was hij een kettingroker en hield hij van biljarten. Voor buitenstaanders had hij vast iets geslotens, zoals het massieve blok arduin dat hij bewerkte en die ondanks de gepolijste buitenkant, zijn binnenste ook niet zonder slag of stoot prijsgeeft. Zijn verknochtheid aan zijn gezin was duidelijk merkbaar. Het geheim van zijn sterke persoonlijkheid kon je echter alleen maar bevroeden. Zijn hele leven lang heeft hij zijn jongste broer van op afstand voortgeholpen door hem gratis beitels te bezorgen, en witte steen, arduin, marmer.


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: