11e Episode
Joseph strekte zijn rug, keek eventjes in het rond en stapte naar één van de ovalen vensters. Een teer aprilzonnetje strooide gele vlekken tussen het verkeer, beneden op de boulevard. Op zoek naar de stoel waar hij de avond tevoren op de uitkijk had gezeten, bracht hij zijn hoofd wat dichter bij het glas. Verschrikt deinsde hij achteruit, als in paniek wegvluchtend van twee bikkelharde, naar omhoog starende ogen onder de rand van een borsalino. Terwijl hij zich erover bezon om nog langer in het toeval te geloven, werd er op de deur geklopt.
‘Entrez!’
Met een schrapend geluid schoof de stoel over de stenen vloer. Een corpulente militair met kale kop en zware snor kwam achter de deur vandaan. ‘Was machst du hier?’
Dacht die man hem met zijn barse uitroep te intimideren? Bij Joseph had het eerder een omgekeerd effect. Rustig hield hij zijn gedachten bij elkaar. ‘Ich suche meine Tochter!’ behielp hij zich in het Duits. ‘Hast du meine Tochter gesehen?’
De bombastisch krijgsliederen stroomden nu met volle kracht langs de geopende deur naar binnen. Met zijn glimmende laarzen onder een uitgestulpte rijbroek zag de man er eerder carnavalesk uit: een Duitse nakomeling, in leven gehouden door Duitse militaire dromen. Joseph haalde zijn foto van Marijke voor de dag.
De militair schudde het hoofd. ‘Nein! Nicht gesehen!’
‘Wann wird Etienne zurückkommen?’
‘Nicht heute. Jede Woche am Donnerstag geht er zu seinen Eltern.’
‘Also komme ich besser morgen Abend wieder!’ Bij het naar buitengaan bemerkte hij twee platte damesschoenen netjes naast elkaar, als twee opgepoetste, tussen de rommel geparkeerde zakformaatautootjes. In één greep pakte hij ze op en bekeek de onderkant. Het leer leek danig versleten, maar tegen het hielstuk was de maat binnen een cirkeltje in reliëf nog duidelijk leesbaar.
‘Von ihrer Tochter?’
‘Ich weiss es nicht…’ zei Joseph met peinzende blik. Maat veertig leek hem wat buitensporig. Tegelijk herinnerde hij zich eraan dat hij zich omtrent Etiennes afmetingen niet minder had vergist. ‘Wird es andere Mädchen hier geben?’
‘Nicht sehr... Da ist zum Beispiel Francoise... Justine, eine Holländerin... und...’
‘Und Marijke?’
‘Nein... Keine Marijke! Ist Marijke Ihre Tochter?’
‘Jawohl!’
De man klemde de deur vast met een stukje gevouwen karton dat op de grond lag. Achter de andere deur gingen de uit-volle-borst-strijdliederen onverminderd door.
Bij de lift leek het Joseph gepast zich als Marijkes vader voor te stellen: ‘de Lieukerke,’ zei hij, de Duitser zijn hand toestekend, - een gebaar dat door hem ostentatief over het hoofd werd gezien.
‘Korporal von Köppenick!’ kwaakte hij enkel, fiks met de hielen klakkend. Terwijl de lift met een rommelend geluid naar beneden gleed, strekte hij zijn arm voor een Hitlergroet.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten