DE INDRINGER
feuilleton van 20 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: Pjotr Lavaski is in een reiskoffer gekropen. Iets of iemand tilt deze koffer op, en sindsdien is het ten allerzeerste de vraag, wààr onze held nu juist is terechtgekomen. Een Minotaurus en een Half-Giraffe ontfermen zich over hem, maar weten ook niet goed wàt nu precies met hem aan te vangen.
11.
Zonder verder nog iets te willen zeggen, maakten de Half-Giraffe en de Minotaurus, alsof het vanzelf sprak, in één beweging maar weêr dat ze wegkwamen - de Half-Giraffe vertrok als eerste, de Minotaurus volgde haar meteen. Aan de manier waarop zij zich bewogen, was het duidelijk niét de bedoeling dat Pjotr Lavaski hen zou achternakomen. Eveneens zetten-'ie, net als zij deden, een pas of twee naar buiten, in de gietende regen, met allebei zijn zere voeten op de slapgedrukte, merkwaardige grashalmen direct buiten het portaal; maar zo snel en zonder ommezien als die twee zich voortbewogen, zo helder was voor Pjotr de opdracht, alsnog ter plaatse te blijven.
Dit was, zo had 'ie ondertussen begrepen, het portaal tot een Labyrint; maar: voor hem persoonlijk was deze stalpoort tegelijkertijd ook het portaal tot die gehele, buitenissige buitenwereld, die hem exact even vreemd was - een circus, scheen het te zijn, naar 'ie dit meermaals had moeten vernemen; een circus dat heette "Circus Bulderdrang".
Diep vanbinnen werd 'ie bedreigd door een ganse waaier van levensbedreigende angstaanvallen, de ene allicht na de andere - en toch, toch werd onze held, exact op ditzelfde moment, met precies diezelfde intensiteit, een heel ànder gevoelen gewaar; een gevoelen was het, dat als niets anders kon worden aangeduid dan als een bijna bovenmenselijke, onuitsprekelijk zuivere soort van begeren. Tot zijn eigen verrassing kon Pjotr Lavaski niet stoppen met ernaar te verlangen, het landschap te mogen zien; hopelijk, zo bad 'ie zeer vurig, hopelijk zou onderhand, met Gods wil, dit onweêr van nevels en waterval mogen zijn opgehouden met bestaan: zodat hem dan een duidelijk uitzicht zou worden verleend op wat er preciés, op dit moment, voor hem lag - een circus, zeiden ze; maar: was het dan, bijvoorbeeld, een klassiek circus? Met leeuwenkooien, met koorddanseressen? Daarom begeerde Pjotr ook,- al vond 'ie het zelf wel belachelijk -, daarom begerden-'ie ook naar één of andere ladder, hier in de buurt - een ladder, om van daaraf, in de hoogte, een duidelijk zicht te kunnen verkrijgen op het gehéél van dit stormachtige circus; hoe groot of hoe klein was het? Hoeveel caravans, hoeveel tenten? Waar was er,- mijn God!!... Waar er misschien de precieze, aanwijsbare, algemene ingang, langs dewelken-'ie, door wie dan ook, in die ellendige koffer, tot hierzo naar binnen was gedragen?
Diep vanbinnen werd 'ie bedreigd door een ganse waaier van levensbedreigende angstaanvallen, de ene allicht na de andere - en toch, toch werd onze held, exact op ditzelfde moment, met precies diezelfde intensiteit, een heel ànder gevoelen gewaar; een gevoelen was het, dat als niets anders kon worden aangeduid dan als een bijna bovenmenselijke, onuitsprekelijk zuivere soort van begeren. Tot zijn eigen verrassing kon Pjotr Lavaski niet stoppen met ernaar te verlangen, het landschap te mogen zien; hopelijk, zo bad 'ie zeer vurig, hopelijk zou onderhand, met Gods wil, dit onweêr van nevels en waterval mogen zijn opgehouden met bestaan: zodat hem dan een duidelijk uitzicht zou worden verleend op wat er preciés, op dit moment, voor hem lag - een circus, zeiden ze; maar: was het dan, bijvoorbeeld, een klassiek circus? Met leeuwenkooien, met koorddanseressen? Daarom begeerde Pjotr ook,- al vond 'ie het zelf wel belachelijk -, daarom begerden-'ie ook naar één of andere ladder, hier in de buurt - een ladder, om van daaraf, in de hoogte, een duidelijk zicht te kunnen verkrijgen op het gehéél van dit stormachtige circus; hoe groot of hoe klein was het? Hoeveel caravans, hoeveel tenten? Waar was er,- mijn God!!... Waar er misschien de precieze, aanwijsbare, algemene ingang, langs dewelken-'ie, door wie dan ook, in die ellendige koffer, tot hierzo naar binnen was gedragen?
Pas vijf of zes dagen later werd onze held, Pjotr Lavaski, naar binnen geleid in de caravan van de Gestrafte Giraffe - die kleine, dompige blikken doos, die het was (zie:"Het Secretariaat".) De Minotaurus en de Giraffe waren tweemaal daags tot bij de paardenstallen gekomen, om de indringer van voedsel en van water te voorzien; voor de rest bracht hij zijn afschuwelijke dagen daar door in afzondering, eerst afwisselend angstig en opgewonden, daarna in een hem totaal vreemde, want alles omvattende verveling, die het was. Soms dacht hij nog aan Elise, dat meisje dat boven hem woonde, bij hem thuis, vroeger; maar: aan die herinnering zelf was er dan niets lustigs meer; hij geraakten-haar dan alleen maar indachtig op de àllermeest vervelende, allermeest abstracte manier beschouwbaar. Het regende niet meer, maar de nevels waren net zo goed als een waterval, altijd maar op die ene, dodelijke, krom groeiende knotwilg ook.
De laatste dag zei de Minotaurus tegen Pjotr Lavaski:"Er gaat een razzia komen, zeer binnenkort. Als ze jou hier zomaar, in dit portaal, zullen aantreffen - daar mogen we niet aan dénken!" "Kan hij anders toch niet in het Labyrint?" vroeg de Giraffe hem voor 'n duizendste keer.
De laatste dag zei de Minotaurus tegen Pjotr Lavaski:"Er gaat een razzia komen, zeer binnenkort. Als ze jou hier zomaar, in dit portaal, zullen aantreffen - daar mogen we niet aan dénken!" "Kan hij anders toch niet in het Labyrint?" vroeg de Giraffe hem voor 'n duizendste keer.
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten