feuilleton in 20 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: Pjotr Lavaski kruipt in een reiskoffer. Wat later klimt hy er weêr uit - en bevindt hy zich middenin een zeer eigenaardig soort Circus. Een Minotaurus en een soort van Half-Mens-Half-Giraffe, of wat het is, begeleiden hem naar een kleine caravan, voor verder overleg...
12.
Pas toen 'ie al een dag of twee in die kleine, beduimelde caravan van die voluit genaamde "Gestrafte Giraffe" aan tafel zat, soms slapend, met zijn hoofd op het ellendige tafelblad, maar meestal juist strak rechtop zittend, met grote, geschrokken twee ogen voor zich ziend, begon dit volgende tot onze bijzondere, bijzonder graâg geziene held langzaam door te sijpelen: daarstraks, toen de Giraffe en de Minotaurus ermeê doende waren om hem, vanaf de paardenstallen, tot hierzo te begeleiden, langs drassige gronden en velden - toen had er zich, voor onze held, dé kans aangemeld, om van dat zogenaamde Circus Bulderdrang van ze, een glimp op te vangen! Wel een halfuur lang waren ze bezig geweest met voortreizen, maar: geen énkele keer, zo beseften-'ie nu pas, geen énkele keer had 'ie van die mogelijkheid gebruik gemaakt - het voorrecht om, zo gedurig onderweg, aandachtig eens rond zich te kijken. Neen, mijn God, mijn afvallige Christen-God; alleen maar die suffe grashalmen, die modderkluiten en die stomme , sprakeloze greppels her en der, waren zijn deel geweest, en die brede, zweetachtige schouders van die Minotaurus vlak voor hem; en verder niks. Zelfs die Giraffe, die er wezenlijk erg slap uitzag, had zich ongemeen snel voortbewogen; zodanig, dat Pjotr d'r aldoor overdreven de pas had moeten inhouden.
Bijna de gehele tyd door moest hij nu zitten luisteren naar een kleine, bebaarde, dikke meneer, iemand met een altoos in de rondte draaiende, pikzwarte, vilten bolhoed bovenop zijn véél te ronde, dikke, maar toch juist bijzonder klein gevormde mensenkop - Ossipon Katinocenov; iemand die, naar ze dit zelf zeiden, een zekere soort van "Meesterspion" zou zijn. Hoeveel waanzinniger nog, kon het worden?
Wat voor ellendige, grimmige, maanziek makende verhalen die àndere figuren hem, het ene na de andere, wisten op te dissen, was wellicht voor niémand duidelijk; maar van al die zogenaamde Bulderdrangers, zoals zij zich noemden, was die Katinocenov toch de àllermeest onverstaanbare; aldoor kuchend, aldoor mompelend in zijn dikke, abstracte witte snor - die soms op de grond viel, maar dan onmiddellijk weêr werd opgeraapt - en aan zijn neus verkleefd.
Voor een zoveelste keer werd het, als altijd slechts zéér geleidelyk aan, avond. Op zich kon je dat niet raden - hierbinnen namelijk, in deze caravan, was het steeds aardedonker; alsof het gezelschap zich aldoor ergens verre na middernacht wist; maar: die zogenaamde Ossipon Katinocenov, die Meesterspion van ze, die droeg in zijn besmuikte, dunne vestzak een klein, oranjekleurig horloge, hetwelk 'ie ieder halfuurtje tevoorschijn trok om het op te winden. "Je ziet er zeer bleek uit," sprak die op 'n moment. "Komaan, we gaan een luchtje scheppen."
Een luchtje scheppen! Lavaski kon wel juichen!
Maar: je zag geen hand voor je uit, zo begreep 'ie dit meteen. Er waren geen sterren, geen lampen - helemaal niks. Alleen, zéér ver weg in de rare verte, schuins bovenop een zoveelste, pikzwarte bremheuvel, toch wél een kleine reeks van gele, vierkanten lichtjes. "Het Secretariaat," verklaarde de Minotaurus ontroerd. En sprak nog:"Dus zo kan je weten: daarachter, nog iétsje meer naar het Westen - daar bevindt zich het Labyrint."
Ze wilden meteen weêr naar binnen - toen gebeurden-het evenwel, geëerde lezers, dat Pjotr Lavaski pal vooroverviel, met zijn twee armen en zijn twee benen en zelfs met het geheel van zijn uitgeputte aangezicht in een diepe, walgelijke snert-greppel. "Kom daaruit!" zeiden ze. "Kom hier, kom daaruit!"
Alsof hij er anders toch liever in zou zijn gebleven...
Na, voor 'n zoveelste keer, een waarachtige plaag van zeer heftige discussies, onderwijl ze, tussendoor, niet ophielden met naarstig van kleine, grijze paddenstoeltjes te knabbelen, werd iets meer plechtig beslist dat onze held, Pjotr zelf, nieve, droge kleêren moest aanhebben. "Kijk eens in die kast," zei de Giraffe. Precies toén kwam de Buffel binnen, die meteen zijn revolvers trok - want: dat waren zijn kleêren - die indringer, mijn God, droeg zijn, zijn persoonlyke jeansbroek!
De Buffel ging er een zekere soort van chimpansee bijhalen - en met dié persoon veranderde alles. De gemiddelde Bulderdranger was een barbaar, een kinkel; alleen die fijnzinnige Matrozen-Aap, die meer luisterde dan om zich heen brulde, en die écht bekommerd scheen om wat hier gebeurde, wist, als eerste, onze indringer enigszins in vertrouwen te nemen. Er viel nog een zeker reptiel bij ze binnen ook, een zekere "Doctor Strausius", die bijna doodging doordat 'ie helemaal was uitgedroogd; maar de Matrozen-Aap sprak:"Wees jij nu maar gerust, verdomde Pjotr. Jij kàn natuurlijk gewoon niet begrijpen," sprak 'ie nog, "Wat je meêmaakt, wat hier gebeurt - ik durf er zelfs om wedden, dat je het zowat aan het besterven bent van de schrik! Maar: da's nergens voor nodig, ik breng jou naar de Directeur, de Circus-Directeur, in eigen persoon - en alles komt vanzelf helemaal goed."
Die Matrozen-Aap kende zijn weg. Hij was jonger dan de rest, maar toch veel meer doortastend. Hij scheen ook nergens bang van. Hij was, kortom, een held. Als hij sprak, die Matrozen-Aap, dan werd hij ernstig genomen, en na nog geen vijf minuten met hem te hebben mogen converseren, vergat je, in wezen, dat 'ie niet echt een mens was - je merkte gewoon geen verschil.
De Matrozen-Aap nam zijn papieren, deed de deur weêr open en sprak eindelijk:"Kom, we vertrekken meteen!"
WORDT VERVOLGD


























3 opmerkingen:
Heerlijk!
Fijn om hier een heel ander licht op de matrozen-aap geschenen te krijgen dan dat van zijn lage zelfbeeld.
ja - maar het ding is, dat dit éigenlijk door de matrozen-aap zelf geschreven is...
hij doet dus heimelijk aan zelfverheerlijking...
Meta!
Een reactie posten