feuilleton in 20 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: In het muisstille Secretariaat probeert de Oude Robot enigszins door te dringen in de allergrootste geheimen van de Secretarisvogel. In hun woonkamer aan de ingangen van het Labyrint dan weêr, liggen Trixie en de Minotaurus tevreên in slaap...
17.
De Oude Robot pakte het dagboek van de Secretarisvogel tamelijk nauwgezet tussen zijn tien stramme vingers. Eén enkele, hem spoedig helemaal ophitsende gedachte beving hem - een zeer logische gedachte was het, maar toch scheen het tegelijk een gedachte die hem nooit eêr al 'ns was overkomen. "Wat zou er gebeuren," vroeg 'ie zich af, "Wat zou er gebeuren, als nu ineens zou blijken,- mijn God! Ach, Jahwe van het Circus... Als zou blijken, dat het ineens over mij zou gaan - dwz: over mijn persoon?" Dat was nog nooit gebeurd. Een paar keer had de Secretarisvogel het over de Schildpad gehad, en aldoor had 'ie het over Commissaris Pondi, en over nog andere diverse figuren - Ginette, zoals al 'ns aangekruist..., - Maar nooit ofte nimmer had de Secretarisvogel al 'ns één letter neêrgeschreven over de Oude Robot. "Niet dat ik zulks zou begeren!"
Hij keek naar één van de vensters, van dewelke de gordijnen toch openhingen - er was niemand; want: van dié kant, de oostelijke kant, kwam er nooit iemand naar binnen kijken. Dat was nog nooit voorgevallen. En de voordeuren waren op slot, dat was hij al drie keer zelf gaan nakijken...
Er zorg voor dragend dat hij in dit dagboek nooit ergens een kreuk often-'n ezelsoor zou kunnen veroorzaken, legden-onze goeie vriend het gedegen kleinood omzichtig op het nette bureaublad. Hij dacht met nadruk:"Als nu zou blijken dat ikzelf toch wél, opeens, een onderwerp zou zijn geworden in dit boek - wat dan?" dacht de Oude Robot het uit. "Zelfs," dacht hij nog, "Zelfs als het er dan op zou neêrkomen, dat hij sléchte dingen over mij zou hebben geschreven - dan nog, zou ik hem dat niét aanwrijven. Omdat ik," zo prevelden-'ie nu regelrecht opgewonden, "Omdat ik..." Hij stootte bijna een inktpotje om, dat hier stond. "Omdat ik het onderscheid ken tussen het voor zichzelf opgeschrevene links, en het voor de openbaarheid uitgesprokene rechts..."
Het heimelijk geschrevene, dat was iets van een totààl andere wereld, dat klopte. Een mens mocht àlles opschrijven dat 'ie wilde, soms moést die zelfs vanalle dingen opschrijven waarvan 'ie wist,- Jahwe, vergiffenis!-, dat ze niet deugden - zolang 'ie ze maar aan niemand anders liet lezen! "Maar: nu lees ik dit wél - maar: dat is dan mijn éigen beslissing! Een beslissing is het, die indruist tegen de wilsbeschikking van de Secretarisvogel zelf!"
Hij deed het boek helemaal open - maar: hij zag meteen, beste lezers, dat er volstrekt niks meer was bijgeschreven geweest. Dat gehele linkse blad, waar het geëindigd was de vorige keer, was ook vanmiddag nog altijd helemaal leêg en onaangeroerd, precies als toen. En was dit, lezers, een verrassing? Dit was geen verrassing, de Secretarisvogel was al een zéér lange tyd zelfs niet meer langsgekomen - dit was, misschien al wel, de vijfde keer minstens, dat onze goede vriend, dwz de Oude robot, in dit dagboek was beginnen rondsnuffelen, zonder dat de auteur, de Secretarisvogel, nog iéts van zich had laten horen of zien. Dus: hoe onnozel kon, in zijn verwachtingen, de Oude Robot nu eigenlijk wezen? "Als 'ie hier nooit is geweest - dan kan 'ie in dit boek toch ook nooit iets genoteerd hebben?"
Niet goed wetend wat anders te verzinnen, sloeg de Oude Robot dan maar gauw enkele bladzijden terug, in dit dure boek. Maar: lang vermocht 'ie zoiets niet te rekken, zometeen zouden er toch weêr klanten opdagen - de Buffel, bijvoorbeeld; die daarjuist nog maar, helemaal kwaad op alles, was weggelopen met die nieveling, die grasgroene Assistent-Griffier - die potsierlyke Brilaap! Haha! Dat zou nooit lang duren, maak je borst al maar nat, of die stonden hier terug! Spring naar omhoog, ga liggen op de strooien grond. Snuit je neus, trek je eigen bij je twee oren. Dans tango's op één been.
Op een bladzijde zéér ver terug in de tijd, dus in het veel kleinere handschrift van de geëerde Secretarisvogel (nadien schreef die toch in opvallend veel grotere letters), las de Oude Robot nog eens dat verhaal uit, van die spelende kinderen aan de deur; hoe die op een, dag in de voormiddag, met een kromme boomtak, een knotwilgen-tak, aan het dollen waren geweest, dan weêr mekaâr d'rmeê bedreigend, dan weêr bedrijvig d'rmeê koterend in allerlei plassen, zoals die hier toch altijd, knap lastig, voor de ingang lagen... En die beschrijving dus ook weêr, van hoe de Secretarisvogel zich hierdoor, zo aandoenlijk, ontroerd voelde worden - "Ach, tja," mijmerde de Oude Robot...
Hij wist zich op het uiterste puntje, dit terecht verboden dagboek zo voorzichtig het hem gegeven zou zijn geweest, terug op te bergen, en daarna de lade weêr met dat sleuteltje te vergrendelen; reeds was dit bijna bybelse werk, met zegels en losse papiertjes ertussen, met nog meer notities, zeer bedachtzaam weêr dichtgevouwen,- al bijna was 'ie ermeê doende, die onderste lade weêr aan te raken - toen zich, precies op dit precaire ogenblik, iets voordeed dat, zoals hij meteen begreep, de gehele rest van zijn leven in een totaal andere richting zou doen kantelen, voor eeuwig. "Goed dan!" riep de Oude Robot hardop uit. "Ik kom!"
Maar veel stiller sprak hij daarna, bijna zonder te ademen:"Jahwe, help ons! Vergeef ons - en red ons, alstublie-iéft!!..."
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten