DE INDRINGER
feuilleton in 20 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: We bevinden ons in het muisstille Secretariaat van Circus Bulderdrang. De Oude Robot permitteert het zich, heimelijk te beginnen te snuffelen in de bureaulades van de Secretarisvogel.
15.
En dus ook vanmorgen, rond een uur of tien in de voormiddag, was er zo'n ogenblik aangebroken, in het Secretariaat. Hoogst uitzonderlijk!
Tien uur in de voormiddag: normaal was dit juist hét piek-moment, met rijen wachtenden, postbeambten die binnen en weêr buiten liepen, stagiaires die ontslagen werden en côntroleurs die kwamen telephoneren.
Misschien kwam het door die razzia, van dewelken-'t onderhand stellig gefluisterd werd, dat die ophanden was - al geloofde de Robot zelf daar weinig van. Zelfs de schildpad was weggemoeten -"Ik hoor dat er problemen zyn met de grote locomotief, ik zou liefst persoonlijk even gaan kijken, is dat goed?" En dus nu, zo vroeg overdag, zat de Oude Robot hier plotsklaps alleen, onverwacht, bij de slodderende koffiemachine, de zingende gele lampen, de stilzwijgend getrouwe vensterramen, waarvan de gordijnen, toch voor meer dan de helft, nog niet eens waren opengedaan.
Tien uur in de voormiddag: normaal was dit juist hét piek-moment, met rijen wachtenden, postbeambten die binnen en weêr buiten liepen, stagiaires die ontslagen werden en côntroleurs die kwamen telephoneren.
Misschien kwam het door die razzia, van dewelken-'t onderhand stellig gefluisterd werd, dat die ophanden was - al geloofde de Robot zelf daar weinig van. Zelfs de schildpad was weggemoeten -"Ik hoor dat er problemen zyn met de grote locomotief, ik zou liefst persoonlijk even gaan kijken, is dat goed?" En dus nu, zo vroeg overdag, zat de Oude Robot hier plotsklaps alleen, onverwacht, bij de slodderende koffiemachine, de zingende gele lampen, de stilzwijgend getrouwe vensterramen, waarvan de gordijnen, toch voor meer dan de helft, nog niet eens waren opengedaan.
De Oude Robot rolde nog één blad uit zijn schrijfmachine, om nog acht of negen woorden helemaal na te lezen - bovendien schreef hij met de hand nog één hoofding:"Dringende Nota Betreffende De Klachten Van De Laffe Leeuw," met daar nog een lijn onder.
Toen kwam 'ie overeind te staan - om zich voorzichtig naar de voordeur te begeven.
Er was toch, verder, niemand in het portaal?
Hij draaide de voordeur op slot...
Toen kwam 'ie overeind te staan - om zich voorzichtig naar de voordeur te begeven.
Er was toch, verder, niemand in het portaal?
Hij draaide de voordeur op slot...
Hij begaf zich naar het meest afgeborstelde, grote vensterraam opzij van het voor-bureau; het venster, dat uitgaf op de meest drukbezochte kant van het Circus; het onbetaalbare, eeuwigdurende uitzicht dat het was, op de velerlei witgeblakerde blokhutten, omringd door geitenweien in het midden, bloemenvelden daarrond, van de Toren Van Zenhandor, en alle Houthakkers daar ook altijd, aan het zandpad; de kunst eruit bestaand, dit gordijn zeer rustig helemaal dicht te schuiven - zonder dààrmeê dan juist aandacht te trekken. Eens een gordijn dicht was, kon niemand jou nog zien; maar werd het opgemerkt hoezeer d'r ergens, nabij of ver weg, een gordijn bezig zou zijn met te worden dichtgeschoven of neêrgelaten, dan was dit nog erger dan zelfs 'n venster zonder gordijn. "Dat zijn," zo dacht de Oude Robot, "Dat zijn zo van die typische paradoxen van het Circus."
Tot dusverre, lezers, was alles van hetgeen de Oude Robot placht te ondernemen, tot een bijzonder goed einde gebracht, telkens weêr, en daarom ook deze beschrijvingen bijna niet eens waard. Met een nauwgezet te onderdrukken (want, plotsklaps: heel erg aanzwellend) gevoelen van - wat was het? Van vreugde - en angst, tegelijk; een gevoelen dat zich éigenlijk, om het nu écht éérlijk te hebben, scheen af te spelen binnenin zijn meest mannelijke lichaamsdeel - niet in zijn strijkstok, maar wel in zijn twee, om het zo te benoemen, nog steeds marcherende "liefdesknikkers", die zich, sinds zijn geboorte, daar vlak onder wisten; zo zette de Oude robot zich, met een ingetogen zucht, opnief op de Secretarisvogel zijn verboden bureaustoel.
Zouden er zich, in dat dagboek, nu wel effectief, beste lezers, niéve notities laten gewaarworden?
Immers: lang niet àltijd was zulks het geval. Soms bleef dat dagboek dagenlang, soms zelfs vele wekenlang, gans onaangeroerd - de Oude Robot kon dan wel, meer op zijn gemak dan anders, een gehele hoop reeds eerder geziene notities opnief bestuderen, wat ook enorm leerrijk was - maar de àllergrootste prikkel, de schok van de ontdekking, was dan toch uitgebleven - hoe jammer!
Immers: lang niet àltijd was zulks het geval. Soms bleef dat dagboek dagenlang, soms zelfs vele wekenlang, gans onaangeroerd - de Oude Robot kon dan wel, meer op zijn gemak dan anders, een gehele hoop reeds eerder geziene notities opnief bestuderen, wat ook enorm leerrijk was - maar de àllergrootste prikkel, de schok van de ontdekking, was dan toch uitgebleven - hoe jammer!
Hij wendde zich bijna als een échte Robot in de richting van de diepe, onderste lade rechts van de zitstoel - dé lade, met andere woorden, waar dat geheime dagboek steeds geborgen lag. De sleutel stak erop, op de buitenkant van die lade - zoals gelukkig meestal - wat betekende, alles bijeen, dat die verdomde Secretarisvogel zich nog altijd van duivel geen kwaad wist; dat die nog altijd niet besefte, hoe boosaardig de wereld soms was, en dat die zich, ter besluit, zo iemand als de Oude Robot niet eens kon voorstellen... "Zo'n gluiperd zoals ik - zo'n heel erg voze snuffelaar..."
WORDT VERVOLGD


























2 opmerkingen:
"bijna als een échte Robot" woehaha — te gek!
hahaha
Een reactie posten