donderdag 19 maart 2020

VERVOLGVERHAAL

HET SECRETARIAAT



feuilleton in 17 afleveringen


door don vitalski




dit verhaal is quasi onleesbaar. het hoéft ook niet gelezen te worden, het is al meer dan genoeg als het gewoon maar bestaat.







2.
de secretarisvogel, naar wie de buffel dus, meteen by zyn binnenkomen, gevraagd had, was, op dit moment in de geschiedenis, in het geheel niet by ons present. waar precies deze belangryke persoon nu dan wél toefde, dat wist feitelyk niemand - wy vroegen het ons ook niet af, het secretariaat kon telkens minstens een halfjaarlang voort ook zonder hem, zo duidelyk als onze richtlynen waren, en zo helder en consistent als die ons werk, voornamelyk schryf-werk, tot in de kleinste details wist te delegeren. in zyn afwezigheid, eender hoelang die voortduurde, gold in regel daarenboven de gewoonte, dat een zekere doctor strausius graâg aantrad als zyn onmiddellyke opvolger, zo daar vraag naar was - maar: ook deze doctor strausius was al een paar dagen lang niet meer by ons. naar het scheen, had die zich ertoe verleid laten worden om meê te spelen in een wedstryd "om ter meeste pannenkoeken eten"; en hoewel ieder van ons op voorhand al had geweten waarom dit wezen, dat voor de helft een reptiel was, geen schyn van kans maakte, niet eens om tot de eerste vyftig of zestig winnaars te zullen worden gerekend, wél lag dit personage daardoor nu al dagenlang thuis, ziek bovenop zyn ligbed, met uitdroog-verschynselen zelfs - althans: volgens de geruchten, het was niet eens zeker.
    de buffel maakte meteen van zyn tak. iedereen in het circus moest zyn ding doen; iedereen moest altyd vroeg op, en betaalde belastingen om gek van te worden; maar: hoe meer je naar de top klom, hoe meer sukkels en hoe meer prutsers je tegenkwam, die juist niks deden!
    gelukkig was het voor de rest, op dit vroege moment in de beloftevolle dag, eêr kalm in huis - ja, stellig. een handvol maniakken meldde zich meestal extreem vroeg smorgens al aan, nog byna snachts, bang dat ze anders misschien niet meer binnen zouden hebben gekund; maar daarna, feestdagen niet meêgerekend, werd het meestal veel rustiger in het secretariaat, in regel tot minstens een uur of halfacht smorgens, wanneer dan, naar strakke gewoonte, het als meer gangbaar aan te duiden volk kwam aankloppen; hun slaap nog in hun ogen, om hun lyf nog de geur van hun slappe pyjama (pyjama's waren, zeker voor mannen, verplicht in circus bulderdrang; zelfs waren er sinds kort sancties voorzien voor bulderdrangers die daaraan verzaakten; al konden die moeilyk worden betrapt; ze werden wel 'ns verraden, maar dan byna altyd zonder voldoende bewysmateriaal.)
    algauw nam dan maar de zogenaamde oude robot het woord. deze intrigerende figuur was niet echt een robot, maar hy droeg kleêren van yzer, en zelfs een plâstron van yzer. hy zat àltyd achter zyn schryfmachine, nooit zag iemand hem elders. hy stopte met typen, en sprak langzaam, terwyl het kleine, geelachtige lampje dat, zuiver uiterlyk gezien, zyn neus scheen te zyn, driftig aan- en terug uitging:"verdomd, goeie buffel... wy begrypen jouw frustraties... zelfs," sprak 'ie, "zelfs zou ik jou nu meteen, als je het wilde, onze verontschuldigingen verlangen aan te bieden... namens het gehele team..."
    "ach, oude man!" sprak de buffel luid. een afwerend gebaar maakten-'ie terwyl.
    "je zou je verhaal aan my kunnen proberen uit te leggen, of aan de brilaap,"- hy wees naar my, met allebei zyn gekromde wysvingers, en daar keek ik vanop; zoals gezegd: ik was hier splinternief, tot dusver was my nog geen enkele noemenswaardige verantwoordelykheid toegeschoven geworden.
    de buffel schudden-'t hoofd - er een aanvang meê nemend, gedurig te ysberen. "en wie," sprak 'ie, "wie zit er dan in die kamers daaràchter?"
    "helemaal niemand," antwoordde de oude robot gedecideerd. en verklaarde nog meer:"zo vroeg als het nog is... niet één vierde van ons personeel is al ingeklokt..."
    zonder overeind te komen, duwde de oude robot, met één arm, de kleine, lage, krakende achterste deur helemaal open. het was er donker, de ramen nog allemaal dicht.
    "en in die àndere kamer?"
    "ga maar zien."
    de buffel bleef staan waar hy stond. hy zetten-'n paar passen, bleef optenief helemaal stilstaan. ten slotte, lezers, scheen zyn bebaarde gezicht opeens te veranderen, namelyk qua uitdrukking - niet drastisch, maar enigszins. "jullie kunnen er ook niks aan doen."
    "wy doen ons best... echt waar!..."
    "maar ja," zei de buffel. "de secretarisvogel is de enige die iets in gang kan zetten. als ik aan jullie myn verhaal uit de doeken doe - wat gebeurt er dan verder? wat hebben jullie hier te zeggen? eigenlyk? dat is dan toch, uiteindelyk, volledige tydversmos?"
    de oude robot, vanmorgen nochtans veel meer spraakzaam dan anders, zei helemaal niks meer. de buffel zei ook helemaal niks meer. dit duurde zo voort, een abstract lange tyd. doordat de oude robot zojuist, voor de eerste keer aller tyden, op my had gewezen, hoorden-ik myzelf ineens uitspreken, deze volgende bewoordingen; een initiatief, waarvan de ingrypende, ontzettende gevolgen zich op dit moment niet lieten voorspellen. "als je wil, kunnen we misschien een uitgebreide brief opstellen - voor doctor strausius."
    wàt zei ik, nu juist? ik snapte zelf niet wat hiermeê bedoeld kon worden. die man, doctor strausius, was, zoals al aangekruist, erg ziek, al een paar dagen lang. die ging byna dood, doordat die geen water meer kon absorberen. en ziehier, wat er nu al, vandaag al, op de middelste bureautafel lag te wachten op ons, tussen de kranten, koekjesdozen, porseleinen koffi-tassen en sierlyke olifanten-kopjes en nog andere prullaria: een yzeren schoendoos, nu al volgestouwd met briefjes en epistels van die soort; voor doctor strausius, voor de secretarisvogel, voor het hoofd boekhoudkunde; en voor nog 'n hele hoop anderen van die zogenaamde hogere piefen.
    "dat gaat niet zomaar ," zei de oude robot krachtdadig.
    de buffel boog zich naar my toe, zyn in kalfsleêr gestoken twee vuisten op myn bureaublad. "die briefjes hebben geen zin! dat weet iedereen! die briefjes, die zyn een belediging! die zyn dé allermeest pure tydversmos àller tyden!"
    en hy sprak:"wat ben jy soms voor een brilaap! in feite! ben jy soms een zee-matroos? waarom ga je niet uit varen, dan!" maar hy ging nog voort:"met jou ga ik het stellen! jy bent voldoende geschikt!"
    ik stamelde:"he?"
     maar de buffel riep:"jy komt met my meê! jy gaat verslag uitbrengen! desnoods," sprak hy nog meer, "desnoods schryf jy er nog, in je gehele, dooie eentje, een héél erg dik boek over!" en hy lachte:"de opkomst en ondergang van circus bulderdrang! ja, lollig! schryf jy maar eens zo'n onmibus, in veertien hoofdstukken!"
    ik wist niet wat te doen. maar: de oude robot keek my aan, half gelaten, half nerveus, en liet my ter besluit, met een stramme, gestrenge, van eeuwen ervaring dooraderde hoofdknik, dit volgende verstaan: dat ik er aanhing. dat ik, bedoelden-'ie, met die buffel inderdaad meê naar buiten moest. dat ik, inderdaad, met pen en papier in de hand, een letterlyk verslag moest zien te gaan uitschryven, van alles dat er verkeerd liep volgens de buffel.

WORDT VERVOLGD
     



Geen opmerkingen: