HET SECRETARIAAT
feuilleton in 17 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: de verteller van deze geschiedenis wordt door iemand die ze "de buffel" noemen, weggehaald uit het secretariaat waar hy werkt, namelyk om dringend met hem meê te komen. de vraag is: waar naartoe dan wel juist?
3.
we bevonden ons reeds buiten, waar een frisse, heldere morgen-lucht ons gezwind gedag zei, toen d'r, na een paar honderd passen reeds, een sprinkhaan, beste lezers, op myn neus kwam gesprongen. ik wist wel van het bestaan deze bedryvige insectensoort af, maar tot dusver was ik nog nooit, in eigen persoon, door één van die dieren aangesproken geweest. een zéér eigenaardige gewaarwording! het stemgeluid van zo'n gemiddelde sprinkhaan klonk veel luider en harder dan verwacht, en dus niet in overeenstemming met zyn minuscule omvang. al kon de buffel er gelukkig niks van horen; die liep overdreven snel, en dus ver voor my uit - alsof hy niet wilde, zo geleek het, dat we tezamen zouden worden gezien.
"ik moet je wat zeggen," zei de sprinkhaan bedryvig.
"zeg maar," zo gaf ik hem dit aan, als een repliek.
"het gaat over de buffel."
"dat snap ik, wat is er met hem? zeg het, ik luister."
"ik moet je wat zeggen," zei de sprinkhaan bedryvig.
"zeg maar," zo gaf ik hem dit aan, als een repliek.
"het gaat over de buffel."
"dat snap ik, wat is er met hem? zeg het, ik luister."
"als je de kans ziet," zei de sprinkhaan, "dan zou je hem een zekere onheilstyding, die het is, moeten zien te bezorgen."
"echt?"
"ja... echt vréselyk nieuws, is het - voor de buffel! een pààr figuren weten er al van - maar ja, zei de sprinkhaan, "jy bent sinds kort, zeggen ze, van het secretariaat? dan is het best, als jy hem dit gaat meêdelen."
"ja... echt vréselyk nieuws, is het - voor de buffel! een pààr figuren weten er al van - maar ja, zei de sprinkhaan, "jy bent sinds kort, zeggen ze, van het secretariaat? dan is het best, als jy hem dit gaat meêdelen."
"maar waarover gaat het dan precies," zo vroeg ik aandringend.
"het gaat over zyn zoon, jerry bill - dwz: zyn énige zoon... die is mogelyk," sprak de sprinhaan, "die is mogelyk niet meer in leven."
"niet meer - in léven??"
"we weten nog niet helemààl hoe het in mekaâr zit, maar het slangenmens is ermeê voor den dag gekomen. langs de woestynrat. dat wil zeggen, het slangenmens heeft de woestynrat naar ons vooruitgestuurd, met het rotte nieuws."
goed dan. met het slangenmens, wist iedereen, viel niet te spotten...
"niet meer - in léven??"
"we weten nog niet helemààl hoe het in mekaâr zit, maar het slangenmens is ermeê voor den dag gekomen. langs de woestynrat. dat wil zeggen, het slangenmens heeft de woestynrat naar ons vooruitgestuurd, met het rotte nieuws."
goed dan. met het slangenmens, wist iedereen, viel niet te spotten...
"wat is er dan gebeurd?"
"die arme jerry bill... die zou zyn verdronken - in dryfzand. in de vlakte van het losse zand. hy zou daar onderweg zyn geweest naar zyn zus, die, vermoedelyk, in het berenbos zit. hoewel we ook dàt niet helemaal zéker weten."
van die "vlakte van het losse zand" hadden we nog nooit gehoord, maar van dat berenbos natuurlyk wel juist al des te vaker. alles wat ook maar vaagweg iets met dat grote, erge, geheel niet genaakbare berenbos te maken had, joeg ons angst aan.
onderwyl de sprinkhaan nog een paar woorden klaar en duidelyk uitsprak, zagen we de buffel, die nog van niks wist, gestaâg maar onbenullig langs de brem-heuvels voor ons uit lopen. het rampspoedige nieuws dat er al meê begonnen was, zich naar hem toe te bewegen, scheen, op dit moment, op tragische wyze te willen botsen met zyn wellicht meer toevallige woede van vanmorgen. waarom, immers, was hy zo kwaad? omwille van de één of andere, zeker en vast volstrekt anekdotische futiliteit, die het toch maar zou zyn... wat, beste lezers, zou er van die kwaadheid van hem nog overschieten - van zodra 'ie dat nieuws hier nu, zou hebben vernomen - die trefzekere doodsboodschap die het was, en die kwam van de sprinkhaan, dwz van de woestynrat - dwz: van het slangenmens.
onderwyl de sprinkhaan nog een paar woorden klaar en duidelyk uitsprak, zagen we de buffel, die nog van niks wist, gestaâg maar onbenullig langs de brem-heuvels voor ons uit lopen. het rampspoedige nieuws dat er al meê begonnen was, zich naar hem toe te bewegen, scheen, op dit moment, op tragische wyze te willen botsen met zyn wellicht meer toevallige woede van vanmorgen. waarom, immers, was hy zo kwaad? omwille van de één of andere, zeker en vast volstrekt anekdotische futiliteit, die het toch maar zou zyn... wat, beste lezers, zou er van die kwaadheid van hem nog overschieten - van zodra 'ie dat nieuws hier nu, zou hebben vernomen - die trefzekere doodsboodschap die het was, en die kwam van de sprinkhaan, dwz van de woestynrat - dwz: van het slangenmens.
dwz: van myzelf - want: uit myn mond zou dit tevoorschyn komen, uiteindelyk - god, en alle bliksems! god, sla krachtig met bliksems op my neêr, om deze verpletterende, smerige, rottende opgaâf!!...
de buffel scheen eventjes te willen blyven stilstaan. om toch maar 'ns te willen uitvinden, wààr nu juist ik was achtergebleven. met één arm deed 'ie vervolgens teken, afdwingend -"hààst je!..."
de sprinkhaan verdween - en zelf versnelden-ik myn moeilyke pas, my té erg van myzelf bewust...
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten