feuilleton in 17 afleveringen
door don vitalski
4.
we passeerden gehele reeksen knotwilgen, net zolang totdat we daarginds, iets verderop, tussen wuivende distels en sombere, grys-gele paardenbloemen, de kleine, gammele caravan voor ons zagen opdoemen, die de woning was van, zoals we wisten, de giraffe - ofte, meer voluit, de "gestrafte giraffe." uiteraard was ik die grimmige, rammelende, volstrekt vermydenswaardige kleine stulp, met daarop die kromme, nutteloze schouw, en ook die roestige, schuinse, eigenaardig in mekaâr verplooide radio-antennes overal (of wat het ook waren), in myn leven al een oneindig aantal keren gepasseerd, en dan zelfs nooit zonder enige nadruk; dwz: ik was er nooit àchteloos aan voorbygelopen, aan die blikken doos, maar juist steeds met een nadrukkelyk gevoelen van aandachtige vervreemding; hoe kon iemand, zo bedacht ik dan steeds, daar wonen? was het niet de dood zelf, lezers, en het barre, benauwende verderf in eigen persoon, die je daar vreesde, en die zich daar hardnekkig verschanst wisten, als een verboden kracht achter die kleine, vlakke, onheimelyk grauwe gordyntjes?
maar: de giraffe zelf was ik, voor zoverren-ik er weet van had, nog nooit in levenden lyve al 'ns tegengekomen. merkwaardig genoeg. volgens de verhalen van myn moeder en myn vader, die véél vertelden, was de giraffe, indien ze gelyk hadden, slechts half een giraffe, want ook half, zeiden ze, een mens. langs de my nog maar zopas toegewezen schryftaken in het secretariaat van het circus, was ik, zo vlug al, aan de weet mogen komen, op welke manier dat naargeestige wezen zyn geld placht te verdienen; zyn voornaamste job eruit bestaande, zichzelf als een soort, wat je zou kunnen noemen, "mascotte" te verhuren; ja: de giraffe dienden-als een fetisj, of, meer nog, als een regelrechte soort van geluksbrenger, voornamelyk op trouwfeesten, maar ook op doopfeesten, en soms ook op communiefeesten - kortom: op zoveel mogelyk jonge, vrolyke feesten; evenementen die zich, om het zo te hebben, met de rug vooruit, en met de blik op de toekomst richten, in plaats van op het verleden, zoals pakweg een begrafenisfeest of een zilveren jubileum. met zyn onbegrypelyk lange nek, begaf de giraffe zich nooit in het midden van alle vrolyke drukte, maar stelden-'ie zich per definitie juist ergens op in de flanken van het gedruis; om, met zyn lange nek en zyn hoog boven het gewoel van de anderen uittorenende, vlekkerige, rare kop, nauwgezet voor zich uit te turen, met twee kleine, maar wyd opengesperde oogjes, dwars boven de druisende circusfiguren; hy kon zeker niet "alles zien dat er gebeurde", maar hy keek verder dan de struikgewassen die ons omringden; en zo stond die giraffe, als onverbiddelyk, symbool voor datgene, dat nog komen zou; en zo dienden-'ie, zodus, met zyn aanwezigheid, zeker voor minder gegoede bulderdrangers, als een plechtig teken van "het visionaire"; de giraffe, als men het wilde geloven, zag, op dergelyke plechtigheden, nadrukkelyk verder dan onze eigen neus lang was, bereid om de dagen van morgen en van overmorgen, en van de komende jaren en decennia, te begroeten in vertrouwen.
de buffel bevond zich reeds enige minuten vlak voor het deurtje van deze giraffe - maar: hy bleef daar dan toch, gelukkig, op my staan wachten. "waar bleef je!"
"je ging erg vlug!"
"haha - ik weet het! ik ben een trapper!"
"neem my niet kwalyk."
"ik ben een levende legende. ik vang bevers met myn blote handen. ik kan mensen doodslaan met één vuist."
"naar het schynt..."
"goed," zei de buffel. en zei nog:"het is goed dat je bent meêgekomen met my."
als eindelyk klopten-'ie aan.
er gebeurde niets.
dan duwden-'ie die kleine, lage, groezelig witte voordeur van die caravan helemaal open, in het byzonder met zyn gelaarsde linkervoet. "hopla," sprak de buffel. "okay, kleine - ga jy maar éérst!"
zo gingen we by de giraffe naar binnen; eerst ikzelf, de buffel vlak achter my. niet zonder dat die daarna, eens binnen, dat deurtjen-ook meteen weêr achter zich dichttrok.
we probeerden, in de geur van een brandende houtkachel daarbinnen, onze vier prikkende oogbollen zo snel het kon, te laten wennen aan de vreemde, diep indringende duisternis...
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten