1. voordat 'ie diens échte biographie leerde kennen, namelyk meteen nà diens dood pas, veronderstelde charles baudelaire (1821-1867) dat zyn idool egdar allen poe (1809-1849) een rykeluisbestaantje leidde; niks was minder waar, en baudelaire betreurden-het, zulks niet vroéger aan de weet te zyn gekomen (al zou 'ie op materieel vlak poe niet echt uit de brand hebben kunnen helpen ...)
2. aldoor levend in werkelyk afgryselyke armoê, scoorde poe toch, met zyn gedicht "the raven", in 1845, kolossaal veel succes, wereldwyd. toch verdienden-'ie aan die publicatie zelf alles by mekaâr slechts 15 dollar (okay: hy begon toen wel een meer lucratieve lezingen-reeks...)
3.
1845 was tevens het jaar, waarin karl marx 1818-1883) zich in brussel vestigde, niet zonder een afscheidsbrief te hebben geschreven aan zyn vriend te parys, heinrich heine (1797-1857).
4.
van, over en rond heinrich heine is er, by myn eigen, wel zeer beperkte weten, in het neêrlands maar één zeer tof boekje verschenen:"het matrassengraf", door martin van amerongen.
5.
voor zyn polemische stukken schreef de inmiddels te zandvliet begraven criticus van amerongen onder het pseudoniem "h. a. schuringa"; tjakke schuringa daarentegen, is een vliegbouwkundig ingenieur te delft.
6.
het zeer kleine boekje "vier gedichten van charles baudelaire" werd gedrukt door uitgevery de klaproos - uit delft.
(dit was: baudelaire - poe; poe - 1845; 1845 - heine; heine - van amerongen; van amerongen - delft; delft - baudelaire.)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten