feuilleton in 20 afleveringen
door don vitalski
wat voorafging: pjort lavaski is in een reiskoffer gekropen, eigenlyk voor de grap. wanneer 'ie daar echter weêr uitkomt, bevindt hy, tot zyn eigen grote verbazing, zich in een labyrintische, hoogst onwelriekende soort van paardenstal, waar hy eerst een minotaurus, en daarna een soort half-menselyke giraffe leert kennen. voorts snapt onze held ook zelf totaal niet wat hier aan de hand is...
10.
Bij nader inzien was de Giraffe, die naar Pjotr toegekomen was, een vrouw. Dat al zeker. Tenminste: ze was half een Mens, en half een Giraffe - maar verder, in de mate waarin ze een Mens was, was zij zeker en vast een vrouw... Aan haar wimpers, aan haar lippen te oordelen... Maar, nog het meest vreemde aan haar verschijning: het werd Pjotr meteen duidelijk, dat zij er ook zélf heel erg bang uitzag, op dit ogenblik. Aldoor trappelend met haar kromme voeten, in gele, hoge, rubberen laarzen, en onophoudelijk klapperend met haar grote tanden, die wel van zilver leken. Doordat zijzelf zo erg scheen te zijn geschrokken van hém, meteen toen zij er aankwam, daardoor kreeg Pjotr onwillekeurig het gevoel, zich geestelijk, als het ware, boven dit tafereel te mogen verheffen - boven deze gehele setting...
Op de speelkoer, toen 'ie nog een kind was, was Pjotr wel 'ns heel erg bevreesd geweest voor 'n zekere belhamel van twee klassen hoger, een waarachtige nozem; maar toen Pjotr had ingezien dat die belhamel zelf, hoewel toch 'n leiderstype, juist argwanend, en beverig zelfs, bleek te staan tegenover hém, dwz tegenover Pjotr, daardoor was 'ie toen vanzelf, gelukkig, helemaal rustig geworden, uiteindelijk, en voor de rest van het jaar; iets gelijkaardigs deed zich hier nu voor, aan de ingang van deze paardenstal, met deze half-Giraffe voor hem. Alsof hààr schrik, door de zijne te overtreffen, hem op zijn gemak wilde stellen.
Voorts bleken die half-Giraffe en die Minotaurus met mekaâr in een gesprek te zyn verwikkeld, een onophoudelijke woordenvloed die van beiden uitging, maar toch vooral van de Minotaurus - maar waarvan onze held, alleen al doordat ze bijna àldoor volstrekt door mekaâr heen praatten, geen halve letter vermocht te begrijpen. Dit speelde geen rol - zijn strategie eruit bestaande, eender wat er gebeurde, zo neutraal mogelijk eenvoudigweg te zullen proberen gade te slaan, zonder bijgedachten, en vooral zonder het gebeuren nog méér te willen verdraaien. "Ik moét mij hierop laten meêdrijven, ik heb geen keuze. Tot inzicht proberen te komen - dat kan, met wat geluk, ook straks nog, met Gods medewerking..."
"Zie je wel?" zei de Minotaurus. "Die is toch niet van het Circus?"
"Neen," zei de Giraffe. En ze zei nog:"Da's zeer duidelijk. Maar," ging ze voort, "Het liefst van al, zou ik hiermeê dan totààl niks te maken willen hebben."
"Wie anders wél!" zei de Minotaurus.
"Laten we het dan maar vergeten. Zo simpel. Ik bedoel - als jij hier nu geen zaak van maakt, wie dan wel? Dan waait dit gewoon over..."
"Maar - hij kan toch niet hiér blijven? Toch niet zomaar, in mijn portaal? Dat is toch niet mogelijk?"
Tot op het bot verbijsterd, steeds klappertandend, ging die Giraffe-Mevrouw, die ze was, er pas nu, lezers, integraal toe over om Pjotr Lavaski 'n ietwat grondiger in zich op te nemen. "Ik heb geen idee," zo gaf zij pas aanzienlijk lang daarna als 'n voorzichtig commentaar. "Ik kan daar toch niks meê? Met dit hele verhaal? Buitendien: binnenkort, zeggen ze... Binnenkort komt er, naar het schijnt, nog 'ns ... Nog 'ns zo'n echt razzia, in deze buurt. En wat dan?"
"Wat dan?"
"Ik loop nu al gigantisch veel gevaar."
"Maar - hij kan hier toch niet blijven!"
"Ik loop nu al gigantisch veel gevaar - door de Prediker zijn schuld."
"Dat snap ik, dat snap ik!" zei de Minotaurus. "Maar; dus - wat doén we dan?"
"Luister anders," zei de Giraffe. "Ik heb hier geen zak meê te maken! Ik heb al genoeg aan m'n kop! maar..."
"Maar wat?"
"Omdat je mij nu naar hier hebt gehaald: het beste dat er kan gebeuren, is volgens mij, maar weet ik veel!... vermoedelijk," zei de giraffe, "Vermoedelijk zou het beste nu zijn, dat 'ie het op een rondlopen zet. De ergste regen is over - hij kan nu maar beter, geloof ik, beginnen rondlopen. Het hele Circus door, desnoods. Zoals de meesten hier toch rondlopen? Dan leert 'ie de boel 'n beetje kennen, ook... En dan zal 'ie op den duur, of al spoedig, zelfs, vanzelf wel ergens terechtkomen... Dat zal niet lang duren - en dan, dan zal erop het gelijken, alsof 'ie hier altijd al geweest is."
"Denk je?"
"De meeste Bulderdrangers zijn in het Circus zelf geboren, van de ene, verre generatie op de andere; van moeder op kind, en zo verder - maar: toch geldt dat niet voor ze allemààl..."
"Neen..."
"En toch - net zo lief," zei de Giraffe, "Net zo lief is d'r geen enkel Bulderdranger van wie niet iéder van ons de stellige indruk heeft, dat die er, in iédere zin, toch wel 'altyd al is geweest'. Snappie?"
"Ja," zei de Minotaurus, zich vermannend. "Zo is het - dat geldt voor ons allemaal; wij zijn hier altijd al geweest..."
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten