in dit boek gebeurt er trouwens wel iets dat absoluut duizelingwekkend is. op een ogenblik begint de grote smurf zyn vrienden te vertellen over "vroeger". hy zegt zelfs:"vroeger, toen ik nog géén grote smurf was." en wie dit niet geloven wil, mag intussen naar de sepia-kleurige, want zogezegd zeer oude prentjes kyken, die er byhoren; de grote smurf heeft daar geen witte baard en zelfs geen rode kap. hy is daar een gewone smurf. wat op zich al byzonder naargeestig binnenkomt; kuifje, pakweg, was toch ook nooit een baby? jommeke, pak nog 'ns meer weg, zal ons toch ook nooit, ooit op 'n dag, komen te vertellen dat hy, reeds in het rusthuis, op een ogenblik pancreaskanker kreeg?
wat dit nog griezeliger maakt, beste bloggers: er lopen daar, om en rond die grote smurf, toen die jong was, een gehele hoop àndere smurfen rond, van zyn zelfde, toéntertyd zo jonge leeftyd - hoe kan dit? waar zyn die dan allemaal naartoe? hoe kan dit? de smurfen, die waren toch maar met zyn honderd-en-enen? het is een mooi ding in dit verhaal - maar tegelyk doet het jammer genoeg vermoeden dat er ooit in het smurfendorp een holocaust heeft plaatsgegrepen, door de grote smurf als enige overleefd...
laten we hopen dat dit niet waar is...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten