‘Ik wil wel wat doen!’ Mieke dacht aan het schimmelhaar dat ze vanmorgen had gezien op het keukengerei onder de gootsteen. ‘Poetsen. Koken. Wassen. De dieren verzorgen.’
‘Geweldig!’ reageerde de ouwe, of hij spottend overdreef. ‘Want zie, Annie voerde geen slag uit. Ja, dat kon moeilijk anders, met dat nachtwerk van haar. Meestal sliep ze een gat in de dag, at een beetje om dan tot de avond voor de spiegel te staan.’
Nu had Mieke veel dat haar van Annie onderscheidde. Uitslapen en lang in de spiegel kijken, maakte haar misselijk. ‘Dan zul je van mij wat anders zien! Handenarbeid heb ik nooit geschuwd.’ Reeds stond zij op om de tafel af te ruimen.
‘Wacht! Eerst mijn kop leegdrinken…’ Kennelijk wilde hij nog zijn smokkelgeschiedenis kwijt. Want weer ging het over Wuustwezel. Hij had daar een vriend met wie hij tijdens de oorlog elke nacht op pad ging. Op ‘n keer vielen zij in een Duitse hinderlaag. ‘Ik vreesde dat ze ons nabij hun hoofdkwartier gingen fusilleren. Maar wij hebben geweldig geboft! Mijn vriend mocht de volgende dag al naar huis. Misschien omdat hij Schultz heette. Ik, Jefke Toback, werd zonder commentaar als werkkracht naar Duitsland gestuurd. Dat was oneerlijk! Daarom heb ik niet gewacht tot het einde van de oorlog. Drie maanden, en hop! - ik was weer thuis.’
Mieke vroeg zich af wat voor zin het had dergelijke histories op te rakelen. Maar de ouwe leek nog niet uitgepraat. Hij maakte zich over iets vrolijk.
‘Ja, Schultz…’ lachte hij. ‘En zijn vrouw! Oei, dat was me ‘r een! Na de oorlog gingen wij vaak samen uit vissen. O, als ik daaraan terugdenk! Zijn vrouw hield van gezelschap, terwijl Schultz… Voor hem telde enkel zijn dobber. Maar ik zat ook met haar smachtende blikken, weet je! En wat doe je dan? Als het kon, verdwenen we ongemerkt in het riet. Maar wat als er geen riet groeide? Ooit heb ik eens met ‘r gevrijd aan de boord van het water. Schultz vijf meter verderop. Dus trok ik de rand van mijn zonnescherm wat naar beneden. Je houdt het niet voor mogelijk! Luister! Even later hoorden wij hem schreeuwen: ‘Beet! Beet!’ En weet je wat die guitige vrouw van ‘m toen riep: ‘Beet? Wij ook! Hier, een reuzenpaling!’ Terwijl de ouwe stikte van het lachen, twijfelde Mieke tussen flauw of grappig. Om wat belangstelling te tonen, kwam zij met de opmerking dat dit zeker een oud verhaal was. Toebakske had tijd nodig om weer op adem te komen. ‘Nee… Hoogstens twintig jaar! Ik was zestig. Schultz heel wat jonger. En zijn vrouw, die was zelfs nog geen vijftig toen ze werd overreden. Ja, zo gaat dat in ‘t leven. Je blijft alleen achter.’
‘En Schultz?’
‘Hem heb ik sinds haar teraardebestelling niet meer gezien. Niet dat ‘t me spijt hoor! De volgende zomer had hij me zelfs twee brieven geschreven, vragend of ik niet naar Wuustwezel kwam. Konden we weer uit vissen gaan. Attent van hem; maar ik had er geen behoefte aan. Want zeg eens, wat moeten twee ouwe rakkers bij elkaar?’
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten