door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden
94.
‘Had hij nieuws?’
‘Slecht nieuws! Berthe ligt in ‘t ziekenhuis. En het zou ernstig zijn. Je vader kwam net van Leuven, waar zij behandeld wordt.’
‘Wat scheelt haar?’
‘Hij heeft me niks uitgelegd!’
‘Jij bent me ‘r ook eentje! Ten minste had je ’t hem kunnen vragen!’ Meer geschrokken dan boos, trok Mieke de deur open.
‘Wacht! Nog iets!’ hoorde zij Francis op het nippertje. Blijkbaar had hij aangevoeld dat Mieke hem geen respijt gunde. ‘Ik weet hoe je moeder erachter is gekomen… De anticonceptiepillen!’ Hij pauzeerde, als om de uitwerking van zijn woorden na te gaan. Waarschijnlijk had hij van haar kant zoveel nieuwsgierigheid verwacht dat zij hem met een vraag te hulp zou schieten, maar dit keer liet zij hem met genoegen aan zijn lot over. ‘Zij opende mijn brieven!’
‘Ha nee! De omslagen waren altijd behoorlijk dichtgeplakt.’
‘Een klein kunstje om ze ongemerkt te openen: gewoon boven de hete damp houden!’
Deze beschuldiging, andermaal aan het adres van haar moeder, gaf een averechts resultaat. Zonder hem van antwoord te dienen, stapte zij naar buiten. Francis volgde haar op de voet. In zijn gezicht staarden twee verre ogen waarin zij één seconde lang vergeefs iets zocht, iets - zo begreep ze nu, - dat hij haar nooit zou kunnen geven. Tegelijk voelde Mieke hoe ze een drempel overschreed en het scherp van een snede haar leven voor altijd in tweeën zou delen: dat wat het was geweest en dat wat het zou worden, nu zij wegging zonder hem toe te wuiven.
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten