In Mieke had zich de overtuiging vastgezet dat Toebakske met zijn verhalen de macho wilde uithangen of de cynische kant van zijn levenswijsheid belichten. Naar haar gevoel had zij te maken met een snoevertje dat de seks, precies doordat in hem het laatste vonkje ervan was uitgedoofd, enkel nog kon beleven door het kijken naar vunzige plaatjes of het oprakelen van soortgelijke herinneringen. Daarnaast kon ze begrijpen dat anderen, door de nonchalance waarmee hij de dingen bij hun naam noemde, wél geestdriftig over hem raakten. Francis haatte hypocrisie. Goed, maar dit betekende niet dat elk gebrek aan goede smaak door de vingers moest worden gezien!
Mieke ruimde de tafel af. Hiervoor had ze gewacht tot de ouwe zich verder ging aankleden. Voor de vaat gebruikte zij water uit de dampende ketel bovenop de kachel. Over zijn broek van geribd fluweel trok hij nog een tweede aan. Vóór hij van hoed wisselde, zag zij hem blootshoofds voorbijlopen. ‘Hé, laat eens kijken!’
De ouwe grijnsde en lichtte zijn tweede hoed voorzichtig op, als toonde hij een lichaamsdeel waarvoor hij zich ondanks zijn nonchalance heimelijk schaamde. Over zijn witte schedel glansde een helder licht. Het was een grappig gezicht, temeer daar diezelfde nonchalance hem oplegde een nog groter effect na te streven door zijn kale knikker met de handpalm extra op te wrijven. Bij Mieke rees het vermoeden dat de hoed uitsluitend diende om zich groter te maken. Misschien kwam het door zijn verlegen lachje, opeens overspoelde haar een golf van medelijden; alsof ze had aangevoeld dat hij er wegens zijn dwergachtige gestalte nooit in geslaagd was het hart van een vrouw te winnen. Mieke stond op het punt hem te vragen of hij ooit getrouwd was geweest en kinderen had, maar ineens bedacht ze dat het belangrijker was te weten wanneer hij zijn volgende maaltijd wou en of hij provisie had.
‘Kom!’ Weer nam hij haar mee naar de trap. ‘Want alleen vind je ‘t nooit!’ Hij greep de onderste trede en wentelde een deel van de trap rond een scharnierpunt ter hoogte van een meter naar omhoog, zodat daaronder een donker keldergat zichtbaar werd. ‘Als je iets nodig hebt, maak je deze haak los en hop!’ Ook leerde hij haar een verborgen haak achter de onderste trede schuiven, zodat het opgeklapte element vanzelf op zijn plaats bleef hangen. De oude stak zijn arm in het gat. Meteen ging daarbeneden het licht aan.
‘Ik zie het al!’ Mieke zat gehurkt. Het eerste wat haar opviel, was de wanorde tussen de witgekalkte muren. Een aantal conserven, doosjes met deegwaren, glazen potten met ingelegd fruit in de rekken. ‘En aardappelen?’
‘Onder de trap ligt een hele berg.’ Dat was het.
Toebakske trok een afgedragen, met wol gevoerde overjas aan. ‘Tot vanavond!’ riep hij.
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten