83.
De bestuurder parkeerde de wagen op het voorerf en doofde de lichten. Mieke had de gebeurtenissen bang afgewacht, maar toen ze zijn hoofd aan de achterkant van de wagen boven het dak zag verschijnen, vatte ze moed. Dat was hard nodig. Haar eerste indruk was dat ze de kop zag van een buffel, klaar om frontaal aan te vallen. ‘Hé, ik dacht dat jij Annie was! Is ze thuis?’ Het schoot Mieke te binnen dat zij voor de kroegbaas stond, die het meisje elke avond op een afgesproken tijdstip kwam afhalen.
‘Het spijt me! Annie is naar de Balearen!’ Voor haar was het zo’n tropische eilandengroep waarvan je de naam nogal eens op reisfolders aantreft.
De buffel reageerde of hij een opdonder had gekregen. Hij vloekte. ‘Ha, dan is de vogel gaan vliegen!’
Hij trad naar voren met een dossier. Terwijl hij het begon te doorbladeren, gaven de vallende krullen langs weerszijden over zijn gebogen voorhoofd de indruk of daaronder horentjes zaten. Op het koetswerk van de bestelwagen stond in kloeke letters: Danckaert Meubels.
‘Ha, hier zie! Van Schoonbeke Annie!’ De buffel schoof Mieke een formulier onder de neus. Op de hoofding van het document stond in hetzelfde beeldschrift Danckaert Meubels. ‘De factuur van de slaapkamer die mevrouw Van Schoonbeke bij ons op maandelijkse afbetaling heeft gekocht. Kijk, het gaat over een bedrag van veertigduizend frank, waarvan de laatste schijf nog steeds niet vereffend is.’
‘Wat wil je?’ Mieke had de cijfers wel gezien.
‘Ik kom het geld halen. Hier zie je het resterende bedrag van de laatste termijn: vijfduizend frank; en hier de uiterste datum van betaling: dertig oktober. Nu zij wij erg soepel in die zaken; telkens Annie uitstel van betaling vroeg, heeft ze die ook gekregen. Maar nu is ons geduld op. Als dat geld volgende week niet gestort is, nemen we de hele koop weer in beslag!’
‘Ze is op reis, zei ik toch?’
‘Kan mij wat schelen!’ De buffel schoof de rekening weer in zijn map en liep naar de bestelwagen. Opeens keerde hij op zijn stappen terug. ‘Wacht eens…’ zei hij met zalvende stem en een steelse blik in de richting van de hoeve. ‘Misschien kan de ouwe het geld zolang voorschieten. Of jij misschien?’
‘Toebakske is niet thuis. En ik heb geen rooie cent.’
Mieke zag hem dwars door haar heen kijken. ‘Ik vraag me af waar hij al die mooie meiden vandaan haalt. Is me dat ’n ouwe snoeper!’
Mieke liet zich niet in 't nauw drijven. ‘Wie denk je wel dat ik ben?’
‘Zo eentje als Schoon Annie! Om welke reden kreeg zij elke maand weer uitstel van betaling, denk je?’
‘Ik heb met haar geen uitstaans!’
‘Het spreekt vanzelf dat jij, gezien Annie afwezig is, ook uitstel kan verlenen!’ Zijn hand trok aan de revers van haar overjas.
Geschrokken door zoveel onbeschaamdheid, gaf Mieke de hand een tik. ‘Ik laat de hond los!’ Zij stond met de rug tegen de kooi.
De buffel had gezien dat het menens was. Veilig bij het portier, schreeuwde hij: ‘Nu is ‘t genoeg geweest! Volgende week kom ik met de deurwaarder! Wij zullen die hoerenkast helemaal ontruimen! Gehoord? Smerige dieven!’ Er volgde nog iets, maar door zijn getier ging de betekenis ervan geheel verloren.
Mieke werd zich bewust van haar apathisch glimlachje. De motor sloeg aan, en na enkele bruuske stuurbewegingen waarbij de snel draaiende wielen de bevroren sneeuw hoog opwierpen, vertrok de bestelwagen in vliegende vaart.
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten