vrijdag 22 oktober 2021

gast-auteur

PORTRET VAN DE AARBEIENPLUKSTER
ALS EEN JONGE VROUW

door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden






70.
Gedwee als een van de slachtbank gered lammetje, zat ze diezelfde avond met een deel van de familie aan tafel. Va was een kwartier tevoren in het gezelschap van nonkel Jan en tante Nien aangekomen. De oude Studebaker waarmee zij hem hadden opgehaald om samen naar het Leuvense ziekenhuis te rijden, stond voor de oprijlaan. Mieke had nooit veel sympathie voor haar oom en tante gevoeld. In weerwil daarvan besefte ze welk een steun hun aanwezigheid thans voor het moreel van haar ouders betekende.

   Moe had een warme schotel uit de oven gehaald. Mieke dekte de tafel. Zij voelde de zijdelingse blik van Va, die haar nog niets had gezegd, - waarschijnlijk omdat hij wilde wachten tot oom en tante vertrokken waren.

   Door het slechte nieuws en de met Moe besproken laatste bijzonderheden, werd in haar binnenste zoiets als een levensgevaarlijke klem opgespannen. Bang dat deze bij de geringste beweging zou dichtklappen, durfde Mieke nauwelijks te ademen. In haar hoofd was het ziekenhuis één grote operatiezaal waarin halfgekke dokters onder een koude lamp met een enorme injectiespuit op levende lijken tekeergaan. De naald even scherp als genadeloos, zoals deze met een kreet van onuitstaanbare pijn in de wervelkolom van een tenger, weerloos lichaampje dringt, waar het levensnoodzakelijke merg verblijft. Daarna bang afwachten. Je haren en tanden kwijtspelen. De inzet zijn van een vernietigende strijd tussen witte en rode bloedcellen. Alleen in een vreemde kamer creperen.

   Nochtans was de ramp onschuldig begonnen. Vorige week was Berthe ziek opgestaan. Haar lijfje vol rare, blauwe vlekken. Diezelfde dag had de huisdokter zwijgend de wenkbrauwen opgetrokken en haar doorgestuurd.


WORDT VERVOLGD...


Geen opmerkingen: