PORTRET VAN DE AARDBEIENPLUKSTERALS EEN JONGE VROUWdoor Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden
93.
Daar kwam hij al, met het valies in de hand. Achter de deur: Eva, in peignoir. Hun blikken ontmoetten elkaar. Mieke werd zich bewust van haar strijd tegen dit personage achter de schermen. Haar lijf gloeide van de rancune; niet zozeer doordat zij het onderspit had gedolven, maar omdat het een oneerlijke strijd was geweest. Dat zij Francis onder geen beding meer als haar vriend wilde, werd haar enige troost.
‘Gister was het laat geworden!’ Met het valies nog in de hand volgde hij Mieke naar de lift. ‘Ik weet wat je denkt. Je zult me niet geloven: ik heb niets met Eva!’
‘Misschien wil je graag vernemen hoe het ginds in Den Haag met me is afgelopen?’ Haar stem bleef rustig en beheerst.
‘O ja, vertel eens!’ kwam het nu met levendige belangstelling van zijn kant. Waarschijnlijk dacht hij een aangrijpend verslag te krijgen, waarbij de moeite om alles onder woorden te brengen, haar voldoende zou afleiden van het pijnlijke voorval, waaruit ze had besloten dat hij en Eva de nacht in één bed hadden doorgebracht.
Beneden had Mieke nog geen woord gezegd. ‘Ik begrijp dat het moeilijk is om erover te praten,’ begon hij weer. ‘Maar nu die vreselijke geschiedenis achter de rug is, wordt het tijd onze banden opnieuw aan te halen.’ Bij de voordeur sloeg hij een arm rond haar middel. ‘Geloof je me als ik zeg dat ik meer dan ooit van je hou? Je weet: ik heb ‘n hekel aan grote woorden. Maar dit keer ben ik ‘t wel aan je verplicht!’
‘Jij denkt dat ik boos ben,’ reageerde ze met effen stem. ‘En het eerste ogenblik, toen ik binnenkwam, was dat zo. Maar nu durf ik met de hand op het hart beweren dat ik niet jaloers ben of wrokkig. Meer nog, ik ben bereid je alles te vergeven: je pleziertjes met Eva of andere vrouwen.’ Mieke meende elk woord dat ze gezegd had. ‘Op dat punt heb ik veel van je opgestoken. De mens is als een hond die zijn kunstjes verkoopt!’
‘Het spijt me. Ik wil vóór alles oprecht zijn!’ Ondanks Francis’ toenaderingspoging en haar intentie om zijn misstappen als daden van jeugdige onbezonnenheid door de vingers te zien, zag Mieke hoe dwaas het was om als minnaars afscheid te nemen. Zij bevonden zich elk aan de andere kant van de aardbol.
‘Je vader was hier!’ Wou hij verhinderen dat ze zonder gedag zou weglopen?
‘Wanneer?’
‘Gisteravond. Ik begreep er geen snars van. Hij nog minder. Ik vertelde hem dat je ervandoor was; maar ‘t kwam me voor dat hij me niet geloofde, zoals hij de hele tijd bleef aandringen om je te spreken. Uiteindelijk kwam hij mee naar boven, waar hij ook van Eva, - voor hem toch geen onbekende, - kon vernemen dat ik niet gelogen had.’
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten