1. tot en met de 16e eeuw werden wetenschappers geen "wetenschappers" genoemd, maar "natuurfilosofen".
2. "sint-jacobsschelpen hebben meer dan 200 ogen," lees ik hier - doch ik begryp niét wat ik my hierby moet voorstellen.
3. pinguïnstront is een kolossaal milieufenomeen, want kan op de koude, en daardoor reserverende noordpool niet vergaan. met als gevolg dat er daarvan nu al 16 miljoen kilo totaal in de weg ligt, zonder zicht op verlossing.
4. evenwel: als de poolkappen smelten, dan betekenen die oneindige lagen pinguïnstront juist een vruchtbare bodem voor fauna en flora.


























1 opmerking:
In dat geval is natuurfilosofen = houden van natuurwijsheid, wat nog steeds klopt.
Eigenlijk zou je elke wetenschapper zo kunnen benoemen, niet?
Een reactie posten