124.
Deze laatste gebeurtenis ging niet zomaar voorbij. Telkens Mieke eraan terugdacht, had zij het gevoel heelhuids na een huiveringwekkend avontuur te zijn thuisgekomen. Ook had het haar diep ontroerd. Daar was de aanraking in het donker. Bang de herinnering door het slijk te halen, had ze al besloten het levenslang voor zichzelf te houden. Zij wist hoe de mensen wauwelen. Ku-ke-le-kuu! Zij kende de redeneringen van de platvloerse haantjes beter dan dat zij haar kenden: iets in haar zou altijd aan dat soort lieden ontsnappen.
Wekenlang leefde Mieke in stille dankbaarheid jegens haar ouders omdat zij niets vroegen. Maar op een zondagmorgen, toen zij weigerde naar de kerk te gaan, kwam het als een opdoffer: ‘Zeg op! Waar heb jij al die tijd uitgehangen?’ Dat had Moe niet moeten doen: haar op de rooster leggen, als stond ze voor een bakvisje van zestien.
‘Beter ga ik alleen wonen,’ zei Mieke, verwonderd, daar ze die mogelijkheid nooit eerder had overwogen. De verontwaardiging om zoveel ondankbaarheid, bleef ditmaal uit; alsof Moe door haar antwoord met een schok had ingezien dat zij voor veranderingen stond die zich, anders dan ze zich had voorgesteld, onvermijdelijk opdrongen. Eigenaardig dat het volgende ogenblik van afwachtende stilte Mieke tot het inzicht bracht dat zij deze beslissing, waarmee alle kleine of grote ruzies van de laatste tijd hadden kunnen worden voorkomen, al geruime tijd eerder had moeten nemen, maar, juist doordat haar leven beheerst werd door een ijzeren routine, waarvan het moeilijk was een duimbreed af te wijken, zolang had uitgesteld.
Zij trok haar vest aan. ‘Er rest mij nog slechts één ding te doen.’ Wachtend op de vraag wat dan haar volgend plan was, stond ze bij de deur te dralen; maar Moe maakte van die gelegenheid geen gebruik. ‘Vanmiddag hoef je voor mij geen bord klaar te zetten.’
Moes zwijgen maakte het opstappen alleen maar makkelijker.
Rijdend langs het kanaal, bereikte Mieke de loopbrug. Terwijl ze boven stond uit te blazen, trok iets in de verte haar aandacht. Op de ophaalbrug, die zij zopas had overgestoken, stonden mensen samengeschoold, alsof daar een ongeval had plaatsgevonden. Daar ze wist dat Anke Va hielp in de serre, vervolgde zij gerustgesteld haar weg. Martin had haar uitgenodigd. En dat was vast niet om zijn merrie te berijden, zoals hij had voorgesteld. In haar toestand zou dat trouwens niet langer mogelijk zijn. Haar buik zwol uit al haar kleren. De hoogste tijd voor een positiejurk; daarover zou ze thuis eens moeten praten.
Nette, de oude dienstmeid, deed open. Nog voor Mieke een woord gezegd had, vernam ze dat mevrouw het weekend bij haar zus in Schilde doorbracht. ‘Francis zou onderweg zijn. Vanmorgen heeft hij Martin opgebeld.’
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten