maandag 23 maart 2020

ONS FEUILLETON

HET SECRETARIAAT



feuilleton in 17 afleveringen


door don vitalski
















6.
hoewel we zyn échte naam, lezers, pas veel later aan de weet zouden komen, geef ik hem nu toch meteen al gratis aan jullie meê, omdat jullie het verdienen; zyn voornaam was "pjotr", en zyn achternaam "lavaski". de man was werkloos, ook dat zouden we pas veel later uitvinden; maar nu al waren de anderen er achtergekomen dat hy, zelfs, geheel niet van het circus was. al kon je weinig anders in hem zien dan een byna beroepsmatig potsenmaker, misschien mede door de schuld van die poster hier ook - die afbeelding, bedoel ik, van die lachende, naar omhoog springende rotclown, aan wie die nieuwkomer hier aan tafel in feite, toevallig of niet, best tamelyk hard deed denken. ze hadden béiden zo'n té lange, lichtrood glimmende neus in het midden van hun gezicht, en ook hielden ze d'r, als je het naging, eenzelfde, gigantisch stel flaporen op na, byna dierlyk. maar alleen de nieuweling zyn aanschyn in het geheel was een mengeling van schrik en droefenis en verwarring. ja, vooral van zuivere verwarring. hy snapte niet wat er gebeurde, en de figuren rond hem snapten dit evenmin.
    er werden, zo ervoer ik, ondraaglyk veel woorden gebruikt, door alle betrokkenen door mekaâr; maar in het zo kort mogelyk, kwam de enigmatische discussie die ze voerden, op dit volgende neêr.
    deze volstrekt onbekende figuur, pjotr lavaski, bleek, een flink aantal dagen geleên alweêr, maar dan in het midden van de nacht, oog in oog te zyn gekomen met de minotaurus, namelyk toen deze zyn ronde deed in één van zyn vele, grote paardenstallen, die het portaal vormden tot zyn labyrint. in die stal kon die vreemdeling niet blyven, dus algauw had de minotaurus hem naar elders overgebracht - naar hierzo, de caravan van de gestrafte giraffe. de giraffe, die eerst een paar keer naar die paardenstal op prospectie was gekomen, was, nog vlugger de minotaurus, geleidelyk aan tot het inzicht gekomen dat deze rare verschyning totaal nergens byhoorde, dat hy zelfs geheel niet thuishoorde in integraal ons circus - en dit, inderdaad, was op zich reeds, mag gezegd, een inzicht van heb-ik-jou-daar; een indringer binnenin het circus? dit was goed voor, om het zo te hebben, een soort van explosie, die het was, van onvatbare consequenties. maar: in plaats van zich af te vragen op welke manier deze "pjotr lavaski" by ons verzeild was geraakt, hadden de giraffe en de minotaurus zich alleen maar willen bezighouden met het probleem dat zich meteen dààrop aandiende: waar moest die mens nu dan verder naartoe? die indringer - wat moest er nu dadelyk met die figuur gebeuren? de giraffe en de minotaurus waren beiden zo erg geschrokken, dat zy op geen enkel idee waren gekomen.
    om een oorzaak die ons niet meteen duidelyk werd, was vervolgens ook de meesterspion van het circus, ossipon katinocenov, komen binnendrentelen. deze kleine, vervelende dwerg, die 'ie was, bleek de mening te zyn toegedaan dat deze indringer, die dié dan weêr was, zo vlug mogelyk moest worden geaccepteerd - als volgt dit standpunt uitleggend:"als we ons meteen beginnen te gedragen alsof 'ie er altyd al geweest is, dan zal er, door zyn toedoen, ook maar weinig echt kunnen veranderen. dan neemt alles meteen vanzelf zyn beloop."
    nog later was ook de buffel by de giraffe gepasseerd, hier sowieso tweemaal wekelyks hout komende leveren, voor de giraffe zyn beruchte kachel. de buffel zyn standpunt was aan dat van ossipon diametraal tegengesteld. "hy moet naar de directeur, meteen!" "naar de directeur? dat nooit!" et cetera.
    net als de andere aanwezigen, waren ook de buffel en de minotaurus extra over hun toeren aan het geraken door de consumptie van kleine, gedroogde paddenstoeltjes, zoals die in het geheim werden gekweekt door de giraffe. daarom was het pas, gaven ze toe, na veel geruzie en zelfs na hier en daar een mep te hebben uitgedeeld, dat ze dan toch, byna kinderachtig, tot een gespannen vergelyk waren gekomen; ze zouden de directeur ongemoeid laten, maar ze zouden ook niet willen proberen te doen alsof er totààl niks zou zyn gebeurd; neen, ze zouden, als een middenweg, de kwestie gaan aanmelden op het secretariaat - niet by zomaar de eerste, de beste bureaucraat die daar brieven zat uit te typen, voor deze of gene stempel, maar by de opperste piefen van die bende; liefst by de gewraakte secretarisvogel, of anders, als het moest, by doctor strausius.
    terwyl de intrige zich aan my ontvouwde, duizelden-'t my voor myn twee ogen... myn gehele leven, zo drong het tot my door, in schokken, was door dit gebeuren, zoals ik het nu waarnam, van het ene moment op het andere totaal op losse schroeven komen te staan. myn eigen levensloop, myn eigen, persoonlyke bestaan... ik zag hun grauwe gezichten babbelen, hun armen zwaaien, hun vuile monden rook uitasemen - maar precies terwyl ontsproot zich, dieper binnenin myzelf, een toch minstens methodische soort van stilte, die het was, binnen dewelken-ik, als het zou mogen, dit lot zou moeten kunnen dissecteren. dit was myn momentum, dit was voor my het kruispunt...

WORDT VERVOLGD