maandag 4 maart 2019

ONS FEUILLETON

wat voorafging: voor onderstaande aflevering doet het er even niet zo heel erg toe, wat er nu juist wel of niet reeds allemaal gebeurd is...





DE VLUCHT VAN
DE LEVENDE KANONGSKOGEL


feuilleton in  17 afleveringen

door don vitalski







13.
behalve aan de luizenaap, had de kruiter aan nog drie andere circusartiesten het dringende verzoek voorgelegd, het secretariaat zo snel mogelyk op de hoogte te gaan brengen van wat er in zyn drukbezochte barak jammer genoeg had plaatsgegrepen; de verdwyning van richard III, de levende kanonskogel. van, in het totaal, deze vierschaar van onderling heel erg verschillende kandidaten, die ze waren, scheen d'r aanvankelyk maar één enkel exemplaar in zyn missie te kunnen volharden, met name een zekere heer, geen onbekende in het circus, die was geheten rosengarten, ofte meer voluit alfred rosengarten nevada - iemand van de leeuwentemmers. de luizenaap en de meesterspion gingen ook wel flink vooruit - maar de leeuwentemmer scheen aanvankelyk nog méér voorspoed te treffen.
    ook deze figuur, aldus rosengarten de leeuwentemmer, had zich eigenlyk, toevallig of niet, eerst en vooral tot aan de vallei van de hangenman willen begeven, waar hy wel vaker vertoefde, al helemaal wanneer het meisje met de purperen tong daar ook rondhing; maar: meteen toen hy, iets later dan de anderen, uit de beruchte barak van de kruiter naar buiten was gestapt, de dopjes nog uit zyn hard fluitende twee oren krabbend, kruiste dit volgende figuur zyn pad: de noodlottige knekelman.
    hier nu zomaar, lezers, meteen de algehele mythologie rond die knekelman, zoals hy heet, voor jullie blootleggen en uiteenzetten, dat zou ons, binnen dit ene, simpele verhaal, te vér voeren - maar: alleszins was dit hierzo, een gekend mechanisme: wie de knekelman tegen het lyf liep, zag zyn eigenste lot zich keren; in principe zou het zelfs kunnen, dat je doodviel ter plekke, zonder aanleiding of waarschuwing vooraf. maar in ieder geval: als hy, de knekelman, je wenkte, dan was er niks meer aan te doen; dan moést je hem dadelyk volgen, willen of niet - en al helemààl wanneer hy, zoals vandaag, in het gezelschap bleek te zyn van zyn vreselyke, alom gevreesde rydier, het yzeren knekelpaard.
    op deze manier zag die arme rosengarten, die hy was, zodoende, dit volgende zich voltrekken: dat hy de knekelman en diens trekpaard gedurig achterna moest blyven rennen, alsmaar verder en hoger de sombere grasheuvels op - wat toch iets héél anders was dan, pakweg, een jenevertje by de indiaan! de wandeling duurde, m.a.w., zéér lang voort - de knekelman scheen er effectief meê doende, by deze ofte gene circusbewoner, de doden te gaan ophalen; sommigen waren reeds lange tyd dood toen zy eraankwamen, zodat omstanders er al bly om waren, de knekelman mogen te zien opdagen; maar anderen schenen juist dàn pas, zonet pas, te zyn doodgevallen, waarschynlyk door de schuld van onze twee knekelwezens. wanneer dit afgryselyke gezelschap de plaat dan weêr poetste, hun nieuwe doden languit gekromd op de rug van het gezadelde knekelpaard, dan nam rosengarten verbouwereerd zyn blauwe petje af, om te mompelen:"het spyt my... neem my niet kwalyk..." alsof hy d'r wat aan kon doen!...
    toen de schemer onderhand op ons was beginnen neêrdalen, scheen d'r zich toch, godlof!, een meer gunstige wending voor te doen... by een magere, verlaten knotwilg  die hier groeide, passeerden-ons gezelschap het personage genaamd de engelbewaarder - een stokoude man met, op zyn schoot, een grote, zwarte, gietyzeren vogelkooi, met daarin een vreemdsoortig, schraal ogend vliegdier, naar werd beweerd een kruising tussen het bewegende geraamte van een kip en de pluimen en poten van een dodo. de engelbewaarder was iemand der weinigen met wie met de knekelman kon communiceren. het knekelpaard, dat niet viel te besturen, scheen zyn gebit een wyle te willen botvieren op de voze wortels van de gezegde knotwilg, zodat ons gezelschap niet anders kon dan hier eventjes halt te houden; en toen gebeurden-het dat de engelbewaarder aan de leeuwentemmer vroeg, met zichtbaar meêdogen:"waar wil jy naartoe?"
    "ikke?"
    "ja?"
    tot zyn eigen ontzetting gaf rosengarten als antwoord:"naar het secretariaat!" wat een tamelyk dom antwoord was; dat secretariaat kon hem immers, inmiddels, van begin tot eind gestolen worden - hoewel anderzyds: als hy nu gewoon had gezegd:"ik wil naar huis!" wat dan? dan zou de engelbewaarder hem zeker en vast inhalig hebben genoemd. en dan zou d'r vast helemaal niks meer zyn gebeurd.

14.
al die tyd door durfde de leeuwentemmer, alfred rosengarten nevada, geen enkele keer te gaan zitten. dus ook nu bleef hy aldoor overeind staan. al wist 'ie zich nog zo bekaf! maar dan riskeerden-'ie het, op een moment, om zich althans een béétje van de knekelwezens los te wrikken; in die zin dat 'ie vanzelf, in zyn eentje, het door de avondzon rood opkleurende brem was beginnen te doorkruisen, een stille heuvel bekruipend - ja: welhaast verdween onze dappere vriend uit de knekelman zyn gezichtsveld. en dààr gebeurden-het, na optenief een aanzienlyke tyd, dat de engelbewaarder hem wist achterna te komen, hem meêdelende, deze volgende bewoordingen:"het is goed, de knekelman vindt het goed."
    "wat? wat vindt hy goed?"
    "hy moet nog naar twee of drie andere adressen - maar daarna, zegt hy, wil hy je gerust tot aan het secretariaat brengen. en daar mag je dan afscheid van ze nemen, heeft hy gezegd."
    "naar het secretariaat! en - ik mag daar dus naar binnen, dan - in myn eentje?"
    "dat beweert hy, ja."
    pas nu, kortom, en zo opeens toch eigenlyk, het vooruitzicht, lezers, om er alsnog, subiet zelfs reeds, zonder kleêrscheuren vanaf te zullen zyn geraakt! dit ging, zo besefte rosengarten, dit ging een fantastisch verhaal worden om straks aan iedereen voort te vertellen. "hebben jullie het gehoord? de leeuwentemmer is urenlang met de knekelman op schok geweest!" "echt?" "echt waar - getuigen zat, want: ze waren zelfs op knekelronde!" en het besluit van dit verhaal, volgens hetwelken-'ie, ten slotte, zou zyn afgezet geworden aan het secretariaat - dat maakte dit nog mooier. het secretariaat betekende vryheid, vrede, verlichting; in een vriendelyke, warme, luxueuze omgeving - zoveel méér dan een balzaal of een danstent of een zoveelste staminee! het klopte wel dat iedereen gratis en zonder voorspraak by het secretariaat mocht komen aankloppen - maar: juist daarom sprak het niet vanzelf; wie wilden-er van dit recht zomaar misbruik hebben gemaakt?
    "bedankt," zei rosengarten tegen de engelbewaarder.
    "geen dank," zei deze. "kyk maar uit."
    "ik weet het."
    "blyf goed uit je doppen kyken - tot je laatste snik."
    "uiteraard."
    "je weet zelf hoe grillig het allemaal is. ik zou zeggen, ik geef je myn engel meê - maar die is ziek..."
    het vliegdier zat diep verscholen achter de sombere traliën.
    voor rosengarten was het gevoelen van opluchting meteen weêr voorby. stopte het dan nooit?
    "ik wou dat ik thuis was. dat ik thuis, by m'n leeuw in het stro, in m'n slaapzak op de grond kon gaan zitten - met een simpel bord gehaktballen op m'n schoot!!"
    de knekelman droeg een viool in zyn twee handen. hy kwam daarmeê teken doen, dat de leeuwentemmer moest terugkomen - om het knekelcommando maar weêr te volgen.

WORDT VERVOLGD


Geen opmerkingen: