zondag 3 maart 2019

ONS FEUILLETON

wat voorafging: de luizenaap moet naar het secretariaat, namelyk om daar te gaan melden dat de levende kanonskogel is ontsnapt. maar: hy talmt in staminee "de vallei van de hangenman", waar het meisje met de purperen tong hem duidelyk maakt dat ze hem aanstonds zou willen gaan wassen...


DE VLUCHT VAN
DE LEVENDE KANONSKOGEL


feuilleton in  17 afleveringen

door don vitalski







11.
het meisje met de purperen tong kwam dichter naar hem toe, op een vreemde manier naar hem glimlachend, en scheurde de brede, armzalige elastiek in tweeën, waarmeê de luizenaap zyn oude, kleurloze pyjamabroek placht naar omhoog te houden. wat, zo bedacht 'ie, was haar plan? hy wilde zich verzetten, zo opstandig van aard als 'ie was - maar: door die paddenstoeltjes in z'n brein, was 'ie totaal in de war, wist 'ie zich geen raad - en, tot overmaat van barre rampspoed: daar begon, beste lezers, z'n pynlyke, lange neus ook weêr te bloeden?
    het meisje duwde zyn losgekomen broek helemaal naar beneên, tot voorby z'n knieën. niet zwoel en/of erotisch, maar zoals een kleuterjuf dit zou hebben gepresteerd, byzonderlyk by een lastige kleuter. de luizenaap voelde zich verlegen worden. sprinkhanen, vliegjes en kleine kevertjes sprongen uit z'n neêrgevallen broekspypen naar buiten - één van die kleine spinkhanen, speelden-op een viool.
    "ga je my écht wassen," sprak de luizenaap half geschrokken, half gelaten.
    "waarom niet," sprak het meisje. dat vond hy een zeer uitdagend antwoord. "en," ging ze voort, "je zal er deugd van hebben ook!"
    hy wilde dit in het geheel niet hebben - toch zeker niet op deze manier! en niet overdag, en zéker niet met al die anderen erby!... maar - hy moest naar het secretariaat, trouwens...
    het volgende moment bevond onze jammerlyke baviaan zich reeds tot ver over zyn twee flaporen, die het waren, in één van die grote, houten opslagtonnen opzy van de staminee, borrelend, zwemmend, trappend voor asem - hoe was dit gebeurd? had zy hem opgetild - in haar eentje?
    maar...
    myn god -
    het was geen water - dit was petroleum. de luizenaap snakte naar asem, maar: het meisje duwde hem zéér diep kopje onder -"misschien," bedacht de luizenaap zeer angstig, als regelrecht ten dode opgeschreven, "misschien is dit opgezet spel..." waarschynlyk hadden zy zich met opzet in de vallei verzameld, zyn vrienden:"om my opzettelyk, aan tafel, met die giftige paddo's te voederen - zodat ik hier, nu inmiddels, op dit kruispunt in myn biographie, niks meer, werkelyk geheel niks meer tegen ze kan beginnen!"
    eindelyk kwam de luizenaap weêr boven. hy spuwden-'t gif uit zyn bek. als heet, vloeibaar plastic. zyn ogen brandden, de gehele wereld glibberig. het meisje begon z'n haardos te schrobben - maar: met een keiharde, yzeren haarborstel. of was het iemand anders, die dit presteerde? ondertussen vernam de luizenaap immers verscheidene stemmen door mekaâr, ook duidelyk de stem van de prediker, met wie de luizenaap nooit goed kon opschieten. de luizenaap ging kopje onder - ervan overtuigd, bezig te zyn met doodgaan door verdrinking, zinder uitzicht op een herryzenis. hy kwam voor een pààr ogenblikken weêr boven - happend naar lucht! om de prediker hardop lachend te horen uitspreken, deze volgende bewoordingen:"hy is een aap, zoveel is duidelyk; hy is niet geschapen naar gods evenbeeld! maar,"- daar ging de luizenaap opteniéf, optenief zéér diep, kopje onder, in die bytende, dikke vloeistof, de vette olie, "maar," zei de prediker, "hy was er zéker wel dringend aan toe, wat ik je brom, om te worden gedoopt!"
    de luizenaap kwam boven. een heleboel beweeglyke gezichten zag 'ie rond zich, van circusartiesten die zich, rustig leunend, met zyn allen rond de ton gepositioneerd wisten, en die, allen door mekaâr, bezig waren hem te bespoten; een figuur met een grote, zwarte snavel hield een stok in zyn twee knokige handen, en wilde hem met die stok beginnen te slaan - toen riep het meisje met de purperen tong gelukkig:"niet doen!"
    ze bleef zyn haardos borstelen en kammen - op zyn kop, zyn zere rug, zyn twee kapotte schouders. de schok van het kanon, zyn afmattende spierpyn, die vele, psychedelische paddenstoeltjes die ze hem gevoerd hadden, en die hem inmiddels helemaal slap hadden gemaakt; het vandaag zo mooie, halfnaakte jonge meisje dat hem onderhanden nam - en voorts allen die agressieve bulderdrangers rond haar, spookfiguren die hem, om de zoveel haverklappen, krachtig meê onderduwden en sloegen - dit alles maakte, beste lezers, dat de luizenaap het wel moést opgeven. hy werd slap. hy liet zich neêrzinken. heel eventjes. hy dreef wel nog - maar daarna niet meer. dan werd hy, met een dennentak of zo, eerst nog een paar keer keihard neêrgeslagen. en vervolgens, nog dieper dan eêr, in de petroleum teneêrgedrukt. alsof hy ondersteboven was komen te hangen. zyn voeten enigszins naar omhoog. zyn gezicht alleszins richting de bodem.
    "iedereen moet worden gedoopt," zei de prediker lachend.
    "da's waar!" zeiden allen.
    "hy zal het wel redden."
    "in orde. geef hem droge kleêren subiet - en dan vertrekken we eindelyk!"
    wat later was het valavond geworden.
    de einder van het circus kleurde donkerblauw met rood, en de lucht overal rond hem, rook naar barbecue.
     stemmen weêrklonken uit tenten, figuren stapten in of uit hun caravans. er werd getimmerd met klophamers, op vlaggenpalen en piketten.
    de luizenaap was terechtgekomen by de schuifdeuren van de vallei van de hangenman. daar zat 'ie op z'n hurken, gekromd onder een paardendeken.
    de meesterspion wist zich naast hem op een trapje, een cigaret rokende. "als je klaar bent," aldus de spion, "dan zullen we onderhand maar 'ns vertrekken. wat jy? de kruiter wil het. hoewel," sprak 'ie nog meer, "we hoeven ons ook niet te overhaasten."
    "dat was niet leuk, daarnet," zei de luizenaap eindelyk.
     "kan ik geloven... maar - iedereen maakt hier wel iéts meê."
    "ik kan niet meer. ik dacht dat ik verdronk! ik... ik wou dat ik dood was!"
    "arme luizenaap... maar je bent gedoopt."
    nog eens een halfuurtje later, ter besluit, sprak de meesterspion, onderwyl die zich oprichtte, zyn cigaretje vertrappend:"komaan, we vertrekken..." 

WORDT VERVOLGD

Geen opmerkingen: