donderdag 7 maart 2019

ONS FEUILLETON

wat voorafging: vermits dit hier nu de laatste aflevering betreft, heeft het geen zin meer om de bende nog te willen tezamen vatten. sowieso is dit één van onze minst succesvolle vervolgverhalen ooit - tenminste, zuiver wat betreffe het aantal lezers.

DE VLUCHT VAN
DE LEVENDE KANONGSKOGEL


feuilleton in  17 afleveringen

door don vitalski











- LAATSTE AFLEVERING -


17.
het secretariaat werd gesloten, maar aan de buitendeur stond er ook niemand meer die zich nog aanmeldde, en de figuren die reeds binnenzaten, op stoelen, vaten of dozen, zouden wel nog worden voortgeholpen. op de grote, vlakke bureaus, waar niemand meer aan aanzat, stonden dozen met koekjes en kruiken met water, alsook theepotten, die alle vryelyk gebruikt mochten worden. onze leeuwentemmer, alfred rosengarten nevada, kon zich er niet meer toe bewegen, maar bleef, in plaats daarvan, neêrzitten waar hy zat. alleen wanneer één van de deuren naar de achterkamer met tamelyk veel herrie open- en weêr dichtgingen, schrok hy enigszins op uit zyn duffe sluimer - om dan met één oog, geschrokken, dieper daarbinnen de luizenaap te moeten ontwaren. hem wél waren ze aan het ontvangen, hem wél waren ze aan het uithoren. maar hoe dat gesprek precies ging, kon rosengarten niet vernemen.
    na een tyd ging er een deur open, die tot dusver altoos was dichtgebleven - tevoorschyn stapte de secretarisvogel in eigen persoon. meteen werd het overal muisstil in het secretariaat. tegen figuren die op de grond , op de plankenvloer lagen te slapen, werd door naasten met aandrang aangetrapt -"komaan, word wakker!"
    de secretarisvogel keek aandachtig over zyn brilletje, over zyn lange snavel heen, om alle wachtenden, allen apart, aanminnelyk te groeten. zelfs nam 'ie het woord, met krakend stemgeluid:"het spyt me dat het zo laat wordt. maar jullie zullen allen nog worden behandeld, geen zorg!" vanzelf moest rosengarten denken aan een van die geykte gezegdes van de prediker:"klopt - en u zal worden opengedaan..."
    een walrus-achtige figuur in de hoek van de vierkante kamer riep uit:"meneer! jullie moéten my naar de directeur brengen!"
    "we zullen het bekyken," zei de secretarisvogel. waarna die redelyk vlug naar de achterkamer verdween.
    "ik moet naar de directeur," stamelde de walrus.
    de leeuwentemmer, rosengarten nevada, viel in slaap zonder zyn rug te krommen. hy droomde dat 'ie weêr thuis was, dat 'ie z'n leeuw terugzag - de laffe leeuw. toen 'ie wakker werd, was er in de kamer byna niemand meer. hy ging rechtstaan, teneinde de koekjes in de koekjesdoos dan toch een nadere blik waardig te gunnen. gedurig keek 'ie vervolgens, nog rechtopstaand met krakende botten, door één van die pikzwarte vensters hierbinnen. nooit eêr was een nacht zo diep geweest. de dood zelf was het, daarbuiten. en die raampjes hadden geen gordynen.
    ten slotte kwamen ze hem halen. ze lieten de leeuwentemmer naar binnen komen in de kleine, door alleen maar bureaulampen verlichte kamer waar de luizenaap ook was. nog altyd stond deze kaarsrecht overeind. een normaal creatuur zou dit onmogelyk hebben aangekund, maar de luizenaap was natuurlyk een yzersterk figuur. er werd veel over hem geroddeld en hy werd vaak veroordeeld - maar: dat kwam juist omdat hy zo sterk was. het was niet goed in het circus om té sterk te zyn.
    een byna belachelyk lange tyd werd er niks gezegd, door niemand, al waren byna alle figuren die hier present tekenden, wel druk in de weêr met vanalles; iemand haalde dossiers uit een lade; nog iemand anders was druk bezig met schryven; de secretarisvogel was er overdreven langdurig meê bezig om zyn brillenglazen op te poetsen. op den duur ging rosengarten er dan maar toe over, dit volgende voorzichtig te opperen:"de kruiter wil jullie laten weten dat de levende kanonskogel naar alle waarschynlykheid uit het circus is ontsnapt."
    "nog iets?" zei de secretarisvogel.
    "eh - neen," zei rosengarten pas op den duur.
    "dat is niet onbelangryk," zei de secretarisvogel, "maar goed - daarover gaat het hier nu eventjes niet."
    niet? waarover dan wel? dacht rosengarten stil. al wist 'ie tegelyk, op dit ogenblik pas, een gevoelen van integrale vervulling op hem neêrkomen. hy - was - hier - binnen. hy was hier bezig - met een conversatie. een echt gesprek - in het secretariaat. àchter die geheime deur.
    een andere vogel, gezeten schuins àchter de secretarisvogel, opperde dan weêr deze woorden:"naar het schynt kom jy vaak in de vallei van de hangenman? de prediker heeft de luizenaap daar willen dopen. niet eens met water, maar, zegt de luizenaap, in een levensgevaarlyke ton vol benzine. weet jy daar toevallig iets vanaf?"
    "neen, ik weet van niks," zei rosengarten.
    "gelukkig maar," zei de secretarisvogel. hy greep naar een potlood en sprak:"dit is een incident waar érg zwaar aan wordt getild. dit is iets zéér ernstigs."
    de secretarisvogel keek hem zo gedurig aan, in allebei zyn vermoeide twee ogen, dat rosengarten zich genoodzaakt zag om te hernemen:"ik weet daar niks vanaf. ik ben al een paar dagen niet meer in de vallei geweest."
    
EINDE


Geen opmerkingen: